Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De engelen Gods - pagina 155

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De engelen Gods - pagina 155

2 minuten leestijd

151

TRONEN EN OVERHEDEN.

insecten

in

de lucht, maar soms ook neemt het aantal, zelfs van de

giftige

vliegende

heid

om

is

mieren,

derwijze

toe,

er zich tegen te verweren.

dat er

bijna

geen mogelijk-

De macht nu om

deze plage

te doen uitgaan of tegen te houden, werd aan Baiil toegeschreven, en

zooverre

in

den naam van

meer bijzonder Zebub of Insectengod en het was met name in

ook

Baal

Baiil

deze

macht

bezat,

droeg

hij

Ekron, dat de inwoners van Philistiaea dezen Baiil vereerden. Met die giftige en vergiftigende werking nu van dezen afgod vergeleek de Jood de actie van Satan. Over ons gonzende als een macht, waartegen ternauwernood verweer was. Overdag en in onzen slaap

ons prikkelende

met

gif in de ziel.

En

straks ons de smart veroor-

voor ons bloed na den insectensteek, zoo voor onze ziel na de giftige indruppeling van Satan in berouw en zelfverwijt volgt. Latere pogingen, die zijn aangewend om dit Beëlzebub zakende,

Arameesch

het

uit

gelijk

die

als

vijand,

of ook

bij

de lezing: Beëlzehul, als

kan men dan ook veilig laten »Vorst rusten. Dit zijn altegader verklaringen van uitleggers, die de insectenplaag van het Oosten nooit ondervonden hadden, en zich daarom niet der

woning,"

te

verklaren,

welke overeenkomst tusschen Satans werking en booze plage bestond. Juist echter door deze benaming van Beëlzebub wordt Satan op schilderachtige wijze als een vorst en gebieder in een eigen rijk geschilderd. Jezus zegt dan ook, in verband

konden

verbeelden,

zulk een

tegen zichzelven verdeeld, niet bestaan zal, en dat dus ook Satans rijk vallen moet, zoo de demonen door Beëlzebub worden uitgestooten. Zoo vormen derhalve de gevallen engelen niet

hiermee, dat een

rijk,

maar een wereld, een eigen maatschappij, maar ook een waarin er één

is

eigen rijk,

die gebiedt en waarin er andereu zijn, die deze over

macht gehoorzamen. Wie deze booze geesten zich te vriend wil houden en veilig tegen hun plage wil zijn, roept niet de demonen, maar uitsluitend dezen Beëlzebub aan, want hij is het, die feitelijk zijn gevallen mede-engelen gebruikt. Zoo 'heet dan Satan niet

hen

gestelde

alleen »de Overste der wereld", maar feitelijk ook »de Vorst der demonen", »het Hoofd der duivelen," en zoo wordt ons ook langs dien weg het feit bevestigd, dat de engelen niet als losse eenlingen naast elkander staan, maar zijn ingedeeld en aan- hoofden onderworpen.

Hieruit echter volgt in het minst niet, dat we onder deze Tronen, f<oorten van engelen

Overheden, Machten en Heerschappijen afzonderlijke te

verstaan hebben.

De Cherubijnen en

Serafijnen

worden ons

in de

onderscheiding van de overige engelen als een eigen soort voorgesteld. Zij

vormen een eigen groep, met eigen aard en afzonderlijke bestemis het met deze Tronen enz. niet. Onder ons menscheu

ming. Maar zoo

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's

De engelen Gods - pagina 155

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's