Het Calvinisme - pagina 152
HET CALVINISME EN DE KUNST
148
tegen de Hiërarchie, tevens de vrijhebben. Veeleer eischte het bevorderd making van de kunst zou die vrijmaking en moest het die in eigen kring tot stand brengen, op grond van zijn geheele wereld- en levensbeschouwing. De
gevolg van
wild
kerk
verzet
niet een verloren planeet, die voortaan alleen dienst aan de kerk een plaats te bieden waar ze als strijdende vertoeven zal, en de menschheid is niet een doellooze
wereld doet,
zijn
is
om
menschenmassa, die alleen dienst doet om de uitverkorenen te doen geboren worden. Integendeel is die wereld het schouwtooneel van Gods machtig werken, en die menschheid een schepping van zijn hand, die, ook afgezien van eigen zaligheid, en van wat de toekomst brengen zal, hier, in dit tijdelijke, een machtig proces doorloopt, en in dat proces van historische ontwikkeling Gods naam verheerlijken moet. Daartoe heeft Hij voor die menschheid allerlei onderscheidene levensuitingen besteld, en onder die levensuitingen neemt ook de kunst een zelfstandige plaats in. Die kunst openbaart ons scheppingsordinantiën, die noch wetenschap, noch staatsbeleid, noch religieus leven, noch zelfs de Religie geven kan. Ze is een plant die groeit en bloeit op eigen wortel, en zonder nu te ontkennen, dat ook deze plant tijdelijk steun en stut kan behoeven, en dat de kerk haar in vroeger dagen dien steun op kostelijke wijze geboden heeft, eischte toch het Calvinistisch beginsel, dat ook die plante der kunst ten leste kracht zou winnen, om, zonder stut, op eigen stam haar kroon omhoog te heffen, en erkende het, dat de wet van existentie en groei voor deze plant der kunst het eerst en het helderst door den Griekschen kunstenaar is ingezien, zoodat deswege alle hoogere kunst steeds weer aan die klassieke ontwikkeling haar zuivere aandrift heeft te ontleenen. Niet, ik kom daar zoo straks op, om bij Griekenland te blijven staan, of ook zonder critiek haar Paganistische verschijning over te nemen. Ook de
kunst
steeds
blijft
rijker te
niet
bij
haar
oorsprong toeven, maar heeft zich bij die rijker ontwikkeling
ontwikkelen, en tegelijk
zuiveren wat zich valschelijk in haar opbloeien gemengd had. Alleen maar de wet van haar groei en bloei moet kunstwet blijven, uit te
van elders haar worden opgelegd, maar uit haar eigen wezen gekend worden, en in die ontbinding van onnatuurlijke en in die öa/zbinding van natuurlijke banden moest ook voor de kunst de ware vrijheid worden gezocht. En wie nu denken mocht dat deswege het Calvinisme het heilig gebied der Religie aan wetenschap niet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's