De engelen Gods - pagina 185
181
MICHAËL.
Zoo beginnen we dan met Judas vs. 9, waar we dit lezen: »Maar Micliaël, de Archangel, toen liij met den duivel twistte, en handelde over het lichaam van Mozes, durfde geen oordeel van lastering voort-
brengen
tegen
Avoorden
wel
verstaan,
te
Judas
waarover
maar
hem, in
zijn
'»De Heere hestmfe
zeide:
moet men
?<."
Om
deze
zich eerst helder voorstellen,
korten brief handelt. Hij treedt namelijk in
schrijven op tegen een soort menschen, die elders de Nicolaieten
dit
genoemd,
worden
die reeds in de eerste apostolische kerken een
en
ontzettend gevaar in de gemeente des Heeren deden insluipen.
oude zondaren,
Avaren
lieden
hadden
doopen, omdat ze zich inbeeldden, dat de vrijheid van
laten
hun
Evangelie
het
met
die,
Deze
een onbekeerd hart, zich toch
hun zondig leven bood. Van maar Joden te zyn geweest; iets
een vrijbrief voor
huis uit schijnen ze geen Heidenen,
kan opmaken, dat ze door Judas gewezen Avorden op den val der engelen, op het gebeurde met Sodom en Gomorrha, op Kaïn, op Mozes en op Biieam; altemaal gebeurtenissen en personen, die aan de Heidenen onbekend waren, maar waar een Jood alles van
wat
men
daaruit
A^an
hier bedoelde Joden Avaren intusschen aan de eere
De
Q-ehoord had.
en
vervreemd,
ganschelijk
Israël
Heidenen in hun land, almeer geheel
door
in een
van
indringen
het
de
Heidensch-zondige levens-
Vooral de vleeschelijke zonde van den wellust schijnt schaamteloos door hen gedreven te zijn, en bovendien zekere verreo-aande minachting van de door God gestelde machten onder hen veld
wijs vervallen.
te
hebben geAvonnen. Althans het
is
met name tegen de vleescheszonde
en verachting van de heerschappijen, dat Judas in zijn brief te velde trekt. Dat nu juist zulke ontrouwe en onheilige Joden licht geneigd
om met
waren
Jodendom te breken, en zich te laten vreemd schijnen. De strenge handhaving van de
het Farizeesche
doopen, kan ons niet wet,
zelfs in
tijnsche
haar meest formalistische opvatting, moest zulke liberuiteraard geheel tegen de borst stuiten
vrijgeesten
;
en toen
nu hoorden van de prediking van een Evangelie, dat een zaligheid predikte, niet uit de wet maar in de vrijheid des geestes door het ze
geloof,
het
lag
miskennende,
schen
zelf
voor de hand, dat
zich juist
daarom
hierbij
ze,
het Christendom geheel
aansloten.
Men
vergete toch
dat ook destijds de »ijver zonder verstand" van den Methodist,
niet,
evenals
den
zelfs
nu, tot
de
aanvang
er
op
uit
belijdenis
zoo
sterk
was,
om maar
en
veel
van den Christus
te
altoos
brengen.
gedreven propaganda,
bracht
meei'
De dit
men-
vooral in als
van-
mede.
Ten einde nu de ernstigste
te
»heiligen"
waarschuwen,
wijst
tegen
Judas
deze
op
valschc
indringers ten
de oordeelen Gods, die
over soortgelijke geesten, zoo onder de engelen als onder de menschen, De val der engelen was alleen daaruit voorteertijds gekomen zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's