De engelen Gods - pagina 113
OKKX PKRSOOXLDK PKOCKS.
een
worden
legermacht
band,
voorgesteld, die juist in een welgesloten ver-
gemeenschappelijke
in
100
en in
actie,
liet
richten van aller veer-
kracht op een zelfde doel, het haar kenmerkend wezen vindt. Breeder zal over deze saamwerking der engelen gesproken worden, als we
den
diemt
als
der "engelen
maar
indien
duidelijk
levende
een
in
berde
te
blijkt,
breno-en. Hier is het ons o-enoeo-, hoe de Heilige Schrift ons de engelen,
ew^Ql^nweveld, voorstelt, en als vormende in die
engelenwereld dat
zulk een organisch saamhangende engelenmaatschappij, voor den enkelen engel alle gegevens aanwezig zijn, om zijn
er
persoo)dijk
engel,
leven
dan den wil
nu en dan, dat
uit,
wege
Want wel is het waar, dat elke van oogenblik tot oogenblik niets anders doet,
doen uitkomen.
te
die niet afviel,
Gods uitvoeren, maar het feit dat sommige engelen, buitengewone diensten geroepen zijn, sluit niet ook een gewone, altoos doorgaande roeping van Gods
zijns
tot geheel
ze
hebben,
en
dat
gewone roeping door een wet,
deze
hun natuur
allen geldt en in
als engel is ingeprent,
die voor
wordt aangewezen.
Bezit nu elke engel een persootdijk leven, in organisch verband met de engelen-icereld, dan ligt hier vanzelf in besloten, dat de
heel
engelen een redelijk en zedelijk bestaan hebben, of anders gezegd, dat ze, evenals de mensch, bewustzijn en «-lYsvermogen ontvingen. Persoonlijk leven toch is zonder deze beide vermogens volstrekt ondenkbaar. Dat nu ook de Heilige Schrift ons metterdaad de engelen als met verstand
wü
en
onderlievig,
gezegd
hen de
zoodra
wordt,
Heilige
grooten
voorstelt,
is
is
dat van engelen
het bederf van het zedelijk leven, en het
Nu
spreekt
ons van engelen, »die hun beginsel niet bewaard,
met eeuwige
bewaard." Een voorstelling, die
maar evenzoo
let,
hebbeu, en dat er een oordeel over
c/ezondigd
eigene icoonstede verlaten
dags
aan geen den minsten twijfel
slechts op dit ééne feit
zedelijke wetsovertreding ondenkbaar.
Schrift
maar de hun des
ze
toch
zonder
is
men
dat
Zonde
gaat.
oordeel
begaafd,
in dien
hebben, en die nu voor
banden Ave
onder
de
het oordeel
duisternis
worden
niet enkel in den brief van Judas,
van Petrus vinden, en die volkomen bevestigd
wordt, door wat ons, in de Openbaring van Johannes, over het einde der dingen geopenbaard is. Vroeger was men gewoon, het bezit van een
kennend
bewijzen,
aan
te halen,
hadden dat
de
en Avillend vermogen der eno-elen, schier uitsluitend
te
door uit de Heilige Schrift enkele feiten en mededeelingen
en
waaruit bleek, dat de engelen metterdaad zekere kennis
?r?7.sdaden
men gemeenlijk gevallen
engelen
dieper nadenken ziet
uitvoerden.
Dit was daaraan toe te schrijven,
de goede engelen afzonderlijk besprak, en over
onder
men
het
leerstuk
der
zonde
handelde.
Bij
echter terstond in, dat de natuur der engelen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's