Het Calvinisme - pagina 52
HET CALVINISME EN DE RELIGIE
48
werden, waarin de zonde uitkomt, maar dat eeuw de toestand van het menschelijic hart blijft wat die was. Op het é profundis waarin voor veertig eeuwen de ziel van een David naar God schreide, geeft nog de ontroerde ziel van elk kind van God in deze hoogverlichte eeuw een onverzwakten weerklank. De opvatting van het bederf der zonde, als de bron van alle menschelijke ellende, is dan ook nergens dieper dan bij het Calvinisme, en in wat de Calvinist de Schrift naspreekt van hel en verdoemenis, komt geen ruwheid aan het woord, maar uit zich de
vormen in eeuw
verfijnd uit
van den levensernst en de moed der consequentie. Of Hij, wiens het teederste en het wegsleependste woord was, niet zelf even beslist en herhaaldelijk van een buitenste duisternis, van een vuur dat niet te blusschen is, en van een worm die nooit sterft? Dit niet aan te durven is dan ook niets dan halfheid, het slechts half meenen van wat ge omtrent het vernielend karakter klaarheid
ook
sprak
der zonde In
belijdt.
zelfervaring
die
nu,
ellende des levens, in dien
en
in dien
moed
die empirische beschouwing van de hoogen indruk van de heiligheid Gods
in
der consequentie,
om
ze tot in haar absolute tegen-
den Calvinist voor het Zijn de onmisbaarheid der Wedergeboorte en voor het Bewustzijn de onmisbaarheid der Openbaring. Over de wedergeboorte als de regelrechte daad Gods, die het scheefgetrokken rad des levens weer recht op zijn spil zet, behoef ik hier niet uit te weiden, maar wel behoort een kort woord gezegd over de Heilige Schrift en de autoriteit dier Schrift. Zeer ten onrechte toch heeft men in de Heilige Schrift niet anders willen zien dan het formeele princiep der Gereformeerde belijdenis, terwijl toch in het echte Calvinisme de opvatting veel
stelling
dieper
te
belijden, wortelt bij
gaat.
Calvijns bedoeling
necessitate S. Scripturae
^),
ligt
uitgesproken in het
dogma de
en eerst hierdoor wordt de allesbeheer-
schende beteekenis van de Heilige Schrift verstaan, en begrepen tevens, uit wat hoofde het critisch losrafelen van de Schrift voor den Calvinist met een prijsgeven van het Christendom zelf gelijk staat. In het Paradijs, buiten val, geen Bijbel, en evenmin een Bijbel in het Paradijs der heerlijkheid dat komt. Als de klaarheid der schepping u onmiddellijk toespreekt, en de inspraak van uw hart zuiver, en aller menschen woord oprecht, en uw oor ongerept is bij het op-
')
De
noodzakelijke behoefte aan een H. Schriftuur.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's