De engelen Gods - pagina 111
WEZEK EN PERSOOXLIJKIIEID.
107
Maar iu dit persoon zijn van de engelen ligt in de tweede plaats nog iets anders, waarop gelet dient te worden er ligt namelijk ook Onder ons menschen komt de in, dat niet alle enfyelen gelijk zijn. ;
daarin
ons
karakter verleent bezitten, en een trek in ons wezen
eigen
een
menschen van
uit,
dat
iets
eigens
zijn,
iets
wat
ons van andere personen onderscheidt. Geen twee volkomen aan elkander gelijk, en juist uit die ongewordt de wrijving des levens geboren. Maar ook zoo moet
vertoonen,
lijkheid
vooral
we
persoonlijkheid
die
zijn
de engelen beleden, dat elke engel een eigen persoon is, van mede-engelen door een eigen wezenstrek onderscheiden. De engelen
zijn
voor God niet een onafzienbare massa van hemelsche koelies, we ons zoo mogen uitdrukken, die, door elkander, onverschillig op wien het valt, voor allerlei dienst gebezigd worden maar gelijk zijn
als
;
de
diensten
en
zijn
verschillend zijn en uiteenloopen, zoo ook loopen uiteen
verschillend
de
gaven en talenten, die God
in zijn engelen
hoofd voor hoofd, en engel voor engel iuschiep. Het anders
zou geheel tegen de analogie van Gods schepping ingaan.
te
vatten
Waar
reeds
bloem een andere variatie oplevert, en in het dierenrijk zang en pluimage vogel van vogel onderscheiden, en God de sterren één voor één bij name roept, omdat Hij alleen hun bestemming kent en Hij sterk is van vermogen, hoe ware het dan denkbaar, dat alleen in de Avereld zijner hemelsche geesten het doodsche der eentonigheid en elke
het
matte
Heilige
eenvormigheid
der
Schrift,
dan
zou
heerscheu
?
En
bewijzen u reeds de velerlei
raadpleegt ge de
namen van
Serafs
Cherubijnen, van Engelen en Aartsengelen, van Tronen en Heerschappijen, hoe er in de engelenwereld van verre aan geen eenvormigheid
en
mag
gedacht
worden.
u
zelfs de
pleegt,
elke
en
engel
die
verschijnt,
hoort spreken, dan
ook
in
de
En
is
als
ge dan de enkele verschijningen raad-
namen van enkele engelen op
een
eigen
fluisteren hoort, en
toon en
i^ls
in eigen taal
voor u opgeheven, en weet ge hoe daarboven, niet minder rijk dan in de
alle twijfel
engelenwereld
menschenwereld hier op aarde, die eindelooze verscheidenheid heerscht, waarin het God beliefd heeft, de weelde zijner almacht te doen schitteren. Hoe zeer we dan ook op een afstand van het leven der engelen staan, toch mogen ze nooit voor ons besef tot een gemengde massa ineenvloeien. Elke engel is er één; en het is in de veelheid dier
hemelsche
eenlingen, dat de heirschare Gods haar kracht bezit.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's