"Ons program" - pagina 113
.BIJ
DE GRATIE GODS."
Ö7
harten, hun geweten medegetuigende en de gedachten onder elkander hen beschuldigende Calvljn,
Zelfs
wees
steeds
er
meene boden
op
plaatsen
men
eens
de
tot richtsnoer kiest.
is,
kan
hebben,
duidelijker
niet
dan wanneer
blijken,
wat onze oude theocraten wel gemaakt hebben van de te
begeer en!" we
niaakt
bij
de
van het tiende
overtreding
de toelichting der derde paragraaf
ons ternauwernood eenig verschil
voor
het
op
stellen
Bovendien, in verband met wat
gezegd
zich
dan door den persoonlijken invloed der
(anders
overheid
gebod: „Gij zult niet
men
En hoe weinig het
standpunt van de geopenbaarde wet der tien ge-
doenlijk
nagaat,
door
het
overheid
de
voor
overheidspersonen)
straffen,
overheid ook in heidensche landen deze alge-
de
dat
op,
zeer theocratisch opstel over den Staat,
uiteraard
zijn
Gods handhaaft en
v*'et
formeel
ook ontschuldigende."
of
in
uit,
of
de „geopenbaarde", dan wel de „algemeene" zedewet aan de overheid
handhaving voorlegt.
ter
Immers,
van
in een Ciiristennatie zal
naar mate de kerk van Christus
zelf,
het godsdienstig bewustzijn hoog houdt, de inspraak der zedewet in het hart
en
uitgezuiverd
verscherpt
zijn,
naar en door dat hoogere standpunt, dat
de tien geboden innemen.
Maar ook
al
kon
dit,
bij
achteruitgang van het kerkelijk leven, allengs
minder waar worden, zou toch ons van
utiliteit,
dit niet verleiden
afwijking van den eenig goeden
weg
te
mogen, om,
duidelijk voor zich zelf uitmaken, of
dan niet
zal
men
de overheid
uitlegster en liandhaafster der
als
grond
gedoogen.
Men moet ook in staatszaken eenmaal weten wat al
uit
men
wil,
officieel
en wel en
en en
geopenbaarde
corps
waarheid
doen optreden.
Maar welke keuze men ook te willen, en
zij
men doe dan
doe,
tot
handhaving van de geopen-
Godskennis te kunnen verplichten, dan legge
baarde
openbaring
men zegt
consequent.
Acht men de overheid wel rechtstreeks
wet,
ook naar wat
men
ook
geheel de
voor rekening der overheid; niet slechts die van de Sinaïtische
maar dan ook de openbaring van het
ganda voor het Godsrijk,
d.
w.
z.
men
Evangelie, en dus óók de propa-
keere
dan terug
tot de strenge
theocratie en met haar tot de Roomsche staatsrechtelijke beginselen. Maar wil men dat niet, dan doe men ook niet halverwege, wat men in beginsel
zegt
weifelende staat,
en
af
te
keuren,
beslistheid,
houde
dit,
maar
kieze
met heldere bewustheid en
niet
cordaat en manlijk, het standpunt dat er tegenover
op welke bezwaren
men ook
stuiten
moge, ten einde
toe vast.
Men erkenne
dan,
dat
de
overheid
wel
voor
de
natuurlyke, maar
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's