De engelen Gods - pagina 92
88
GEESTELIJKE WEZENS.
onze
maar ook aan God Almachtig zekere
ziel,
moet
liclianielijkheid
worden toegeschreven.
Toch verwondere men geest
lijken
op
pad
ons
uit
ons
zoeken,
zelveu
het onvermijdelijk dat
is
hetgeen we ons denken, ons tegelijk ook
in
onze gebroken natuur, dat
al
spoedig
ook
poging
god
zijn
kon
niet
gedachtenwereld goddelijke
om
hield
hij
ook
men
dat
op voor
om
Woord
het licht van Gods gestuit,
krijgen
en
men
zich
menschen
toen zijn god zich in een beeld,
Komt
daarentegen
ons bestralen, dan wordt dit zondig drijven
we kennis van het bestaan van
werelden,
onderscheidene
's
het geloof aan het
vorm, in een vaste gedachte heeft voorgesteld.
in een
zoo inklevend
het atheïsme te stuiten. Zoo
bestaan, en het was juist
handhaven,
te
bij
waarvan ons de voorstelling ontsnapt, voor ons derft. In dien zin was de
voorstellen,
te
is
i'oo?* ie .sig/^g?i
we
de behoefte
iets,
bestaan
zijn
niet
de oplossing voor het
Voor ons menschen toch
uitkomen.
afgoderij zelfs een
Woord
Als toch het licht van Gods
we
en
moeten
levens
dwaasheid
zulke
zich over deze afdolingen van den mensche-
te zeer.
schijnt,
des
raadsel
om
niet
de
ééne
geestelijk
hoee ganschelijk
en de andere
stoffelijk,
wel
op
elkander aangelegd, maar niettemin in soort geheel verschillend
elk
aan eigen wetten onderworpen, elk voorzien van eigen krachten,
elk
haar
bestemming tegenstrevend, door de werking van een eigen
Van
energie.
twee
dier
afzonderlijk en toch in elkaar ingrijpend bestaan
het
werelden
we dan kennis,
bezitten
niet als uitkomst van
ons denken, maar omdat ons geloof deze kennis uit Gods
En
dat
twee
onze die
we,
als
gelijktijdig,
vasthouden,
persoonlijk
zelven
ziel
menschen,
kunnen
werelden
we
dat
tot
moet
het
Woord
greep.
werkelijk bestaan dier
alleen
daaruit verklaard,
deze werelden behooren, door
beide
tot die geestelijke wereld en door ons lichaam tot de wereld
stoffelijk
is.
De
Schrift
noemt
dit de zienlijke en de onzienlijke
dingen, een minder scherp geteekende uitdrukking, en die
ontleding van het geding licht tot verwarring de
;
magnetische
onzienlijk zijn,
en
electrische
krachten
en toch allerminst ioi
è.Q
tot
leidt,
bij
nadere
in zooverre b. v.
op zekere hoogte ook
onzienlijke dingen uii Qio\. \
'.
\Q
Voor het gewone spraakgebruik daarentegen is de SchrifHet zijn de zienlijke tuvirlijke uitdrukking volkomen genoegzaam. dingen die we umarnemen en door ons onderzoek in hun werkino' maar het zijn de onzienlijke dingen die alleen het leeren verstaan behooren.
;
terwijl het verband tusschen die beide het geloof kan aangrijpen der Goddelijke Almacht is en nooit door menschelijke geheimnis wijsheid zal worden nagespeurd. ;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's