De engelen Gods - pagina 18
,
DE ENGELEN IN VERGETELHEID.
14
Vraagt men nu, wat de Roomsche kerk over de vereering der Engelen geleeraard heeft, zoo moet erkend, dat het Concilie van Trente
P.
Rom.
over dit onderwerp soberlijk heeft uitgelaten. In den Cat.
zich
III.
van
IL
c.
V
Pius
door
Trente,
(deze Cat.
4.
9.
is
ingevolge het besluit van het Conc.
uitgevaardigd) wordt vastgesteld, dat »de
vereering en aanroeping der heiligen, der engelen en der gelukzalige
hemelsche
de
die
zielen,
heerlijkheid
smaken, niet tegen het
zeggen: tegen het tweede) gebod
zouden
(wij
strijdt."
»Wie toch zou onzinnig genoeg
betoogd met de vraag:
eerste
Dit wordt dan ora,
zijn,
als
een koning verbood, dat iemand zich als koning van zijn rijk mocht
gedragen, of met koninklijk eerbetoon gehuldigd mocht worden, hieraf te leiden, dat derhalve alle eerbetoon aan de magistraten door
uit
den koning verboden was? Ofschoon toch de Christenen gezegd worde Engelen
den
te
aanbidden (adorare) naar het voorbeeld der heili-
gen onder het Oude Verbond, daarom bewijzen ze hun nog geenszins hulde
die
Gode toebrengen." En dan wordt
die ze
wezen, hoe de heiligen van het Oude Verbond
er voorts op ge-
aan koningen wel
zelfs
de hulde der adoratie hebben bewezen (met verwijzing naar Gen. 23
12
;
42
:
6,
Kon. 24
1
:
9,
25
:
23, 2 Kon. 9
;
6,
8 en 1 Kron. 29
:
:
7,
20),
en ge7raagd, of de hulde en de vereering als op aarde aan de vorsten
wordt
bewezen,
hooge
wezens,
niet eveneens en minstens evenzeer die
toekomt aan die
zoo verre in heerlijkheid boven de koningen uit-
schitteren. »0ok de liefde, zegt de Cat. Mom., moet ons dringen, daar immers de Engelen voor ons bidden, onze Avaehters zijn, en onze gebeden voor Gods troon dragen. Uit dien hoofde moeten ze aangeroepen worden, omdat ze steeds het aangezichte Gods zien, en het hun
opgedragen
patroonschap
over
onze
zaligheid,
willigiijk
aanvaard
hebben." Allerminst wordt hier echter, zoo gaat de Cat. Rom. voort, »een vereering mede bedoeld, die aan de eere Gods afbreuk zou doen,
en veeleer wordt juist die eere Gods verhoogd, hoe meer deze dienst der heiligen en der Engelen der menschen hoop opwekt en versterkt
en ze uitlokt tot de navolging der heiligen."
men
Gelijk
ziet,
dat
geconstateerd,
moet
zijn
dan
het
is
het
dit
sober uitgedrukt. Er wordt uitdrukkelijk
eerbetoon
huldebetoon,
aan de Engelen dat
men aan
iets
geheel anders
het Eeuwige
Wezen
Het eerbetoon aan de Engelen moet vergeleken met den dien we ook op aarde aan de menschen, die God over ons
toebrengt. eerbied,
gesteld
heeft,
schuldig
zijn.
En wel
verre, dat deze vereering der
Engelen van de glorie onzes Gods zou mogen aftrekken, wordt gezegd, dat
niets
zoozeer
tot de glorie des
Allerhoogsten leidt als juist het
volstandig voortgaan in dezen dienst van de Engelen en van de heiligen.
Bovendien wordt elke uitspraak; die in deze overweging dienst
doet, rijkel^k
met voorbeelden der
Schrift toegelicht en gesteund, en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's