De overheid - pagina 332
LOCUS DE MAGISïRATU.
314
twee
lijnen
kan loopen,
lo.
de zuivere organische
de gemeenteraad
waarbij
zielenaantal,
de
door afvaardiging naar
lijn
afgevaardigden voor de provincie
en de provincie die voor de rijkseenheid, of ook
kiest
dat
2.
men de onder-
scheiden kringen als zoodanig voor zich zelf laat spreken en hun zekeren invloed
op het gezag toekent en dien
De
Heilige
doch de zaak
zaak
als
wordt, doordat
regelt.
ons
geeft
Schrift
blijft
in Israël
een voorbeeld van het eerste geval,
deze, dat het constitutioneele staatsrecht geboren
de burgerij een macht opkomt, de eenen teugel
uit
in
de hand
waardoor ze de rijksoverheid beletten kan sommige dingen ten uitvoer
krijgt,
brengen.
te
Dit denkbeeld op zich zelf schijnt doodeenvoudig, toch blijkt
geen probleem moeielijker heid
om
eene zoodanige constitutie
onderscheiden stig
dan
te zijn
kring
het recht
aan
gegeven wordt, waardoor ze de zonder dat Inderdaad
in
want men geraakt
bij
tot
die
te uiten
rijkseenheid
is
is
aan het volk gegeven
om
te heerschen.
eene wederzijdsche bepaling van hetgeen de
aan de verschillende kringen
overheid verschuldigd
eene macht
zouden kunnen vernietigen en
een zeer samengesteld probleem.
leidt dit alles tot
Een constitutie nu
overeenkom-
kringen
gezamenlijke
eene kring van het volk over den ander begint
de
de uitvoering
de moeielijk-
het leven te roepen, waarbij aan eiken
gewaarborgd wordt zich
zonder dat
levenswet,
zijn
dit,
te
rijks-
het volk en de teugel
in
maken, dat de rijksoverheid
zijn
organisch leven
niet vernietige.
Uit de historie
weten we, dat deze quaestie zich
eerst
bewoog om
het geld,
de zoogenaamde bede der graven. Vroeger toch hield men de rijkseenheid steeds kort
het
in
Waar
thans
geld;
vroeger
echter
hoopt* men
op
millioenen
in
de staatskas.
kring voor zich zelf betaalde en de overheid slechts dat
elke
maken
zaken van
betaalde,
wat met de rijkseenheid
oorlog
thans, nu de staat alles betaalt, het gevaar voor de de enkele kringen
is
te
had, zooals b.
v.
in
der burgers van de zijde van den staat zooveel grooter geworden.
kregen
het oprichten van
gebouwen en
van de standen vragen.
nog
nu
De graven
domeinen voor hun levensonderhoud, en hadden ze geld noodig
wordt
er
ming der staten en
tot
het voeren van oorlogen, dan moesten ze het
Ditzelfde geldt natuurlijk thans niet meer.
Maar ook
geen geld door de rijkseenheid uitgegeven zonder toestemis
het budgetrecht in Engeland en Nederland de hoeksteen
der constitutioneele staten.
De tweede quaestie. b.
groote
Dit geldt de vraag, hoe
schillende
kringen,
moeielijkheid
men de
groepen
en
bij
deze
zaak
is
de
electorale
verschillende deelen van het volksleven, de ver-
belangen en
alles
wat eigen creatuur
is
met
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's