Het Calvinisme - pagina 65
HET CALVINISME EN DE RELIGIE
61
en almachtiger! God, die op elk gegeven oogenblik het zoo verordent, bestelt, en met die zedelijke bepaling op mij aandringt.
het zoo
Niet als
Kant klimt de Calvinist redeneerend
uit het
Da
solist tot
maar omdat hij voor God staat. God voelt in heel zijn existentie, daarom beluistert hij dat Du solist, dat in de natuur, in zijn lichaam, in zijn denkend, en zoo ook in zijn handelend bestaan, telkens rechtstreeks van dien God naar hem uitgaat. En naar die ordinantiën voegt hij zich, niet uit dwang, niet als waren ze hem een juk, dat hij van zich af zou willen schudden, maar met diezelfde gewaarwording waarmee ge een gids volgt in een u onbekend land, inziende dat hij den weg weet en gij niet, en dat uit dien het denkbeeld van een wetgever op;
hem
hoofde,
ademhaling
Gods
te
volgen
veilig is. Gelijk ge bij gestoorde de ademhaling weer normaal, d.i. naar maken, en u verruimd gevoelt als dit u gelukt,
alleen
alles inspant,
ordinantie te
zoo ook
streeft
er naar,
om
om
de geloovige
ijlings
geboden Gods is, te gevoelt, en weet dat
bij
weer de
elke stoornis in zijn zedelijk leven
geestelijke
ademhaling, die naar de
omdat hij zich dan eerst weer vrij Van een onderscheid tusschen gewone en Christelijke geboden weet hij daarom niet. Verbeeld u, God zou het eerst anders gewild hebben en nu in Christus zoo. Alsof Hij niet de eeuwig Onveranderlijke ware, die van de ure der herstellen,
hij
vooruit kan.
schepping af en tot in alle eeuwigheid eenzelfde vaste, zedelijke wereldorde gewild en gemainteneerd heeft. Zeker, de Christus heeft het stof
waarmede de zonde
en ze weer
De
in
die wereld-orde bedekt had, er afgevaagd
haar oorspronkelijke reinheid voon ons doen schitteren.
Christus heeft de eeuwige Liefde
Gods
die in deze wereldorde
weer voor ons blootgelegd. Bovenal de Christus strekt ons het vermogen om in die wereldorde te wandelen. Maar die wereldorde zelve blijft, voor als na, wat ze van den aanbeginne was, en geldt niet alleen voor den geloovige, alsof de ongeloovige met minder volstaan kon, maar geldt voor al wat mensch heet in alle menschelijke spreekt,
verwikkeling.
Hier dus geen philosopheren over een dusgenaamd zedelijk leven,
hadden uit te vinden en te regelen, maar een zich onder den indruk van Gods Majesteit en onder de majesteit
alsof wij dit stellen
van
zijn ordinantie
Calvinist
gebaseerd
en gebod. Vandaar
op de wet van
alle ethische studie
voor den
Sinaï, niet alsof toen pas,
die wet van Sinaï de authentieke uitdrukking te
en
maar om in eeren van wat God
toen nieuw, de zedelijke wereldorde geschapen was,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's