Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 154
meditatiën over het lijden en sterven onzes heeren
massa die joelt en tiert als ze den man die alle krankheid genas, door ruwheid ziet mishandelen en links en rechts van het vloekhout waaraan Jezus hangt, twee kinderen der menschen, elk aan een eigen kruis, als levende bewijzen hoe in moord op menschen gepleegd, de zonde van het menschelijk hart haar voleinding zoekt. Denkt u Maria en Johannes, in wie niet eigen glans, maar afschijnsel van Jezus blonk, weg, en er is in heel deze menscheliike verschijning op Golgotha niet één lichtpunt. De duisternis die het kruis straks omfloerste, was slechts uitdrukking van de donkerheid ;
die hier geestelij l- heerschte. Als nacht in de natuur, en niets
dan zwarte nacht in het mendat booze des menschen als verzinbeeld in die twee moordenaars, die met hun kruisen het kader vormden, waarin Jezus' kruis irevat was.
schenhart.
En
is
in die donkerheid
Diep moet Jezus,
komt kan
al
het licht van Jezus.
niet anders, de beleediging gevoeld hebben, dat men tot zelfs in zijn dood hem zulke lotgenooten opdrong. Dien moordenaar aan zijn linker- en dien moordenaar aan zijn rechterzijde te zien, moest voor zijn besef een heiligschennis dit
hem in die ontzettende ure, tot in zijn sterven aangedaan. Zelfs de eerbied voor zijn sterven was hier geweken. En toch ergert Jezus zich niet. Hij verafschuwt die hinderende
zijn,
die zich van stervenspijn aan hun kruis wringen. één van die twee nog te midden van dezen doodstrijd de door koortsdorst schorre keel misbruikt om den Koning vol glorie te hoonen, komt er geen woord over Jezus' lippen, om hem te vloeken. Ook dit duldt, ook dit draagt, ook dit ondergaat uw Heiland. En zijn lippen openen om zijn medekruiselingen toe te spreken, doet hij eerst dan, als die andere moordenaar de taal des (/eloofs heeft doen hooren. Ook hier is het de Zoon des menschen die gekomen is niet om
gestalten
En
niet
zelfs als
te oordeelen,
En
maar om
te redden.
spreken gaat, komt er geen vloek voor den roekeloozen spotter over zijn lippen, maar een zegenbede, een profetie van heil voor wie nog in zijn sterven naar Messias opzag. „Heden zult f/ij met mij in het Paradijs zijn!'" Taal van Groddelijke hoogheid, want nog terwijl de wereld hem uitwerpt, en de adem hem opkort in de keel, en hij een gevloekte in aller oog is, spreekt hij' als de Koning van het Godsrijk, die de zaligheden des hemels te vergeven heeft. als
hij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's