De overheid - pagina 440
LOCUS DE Magistratu.
422
ook onze Overheid beginnen met maatregelen
„Laat
overtreders aanstonds van het leven
afgoderij en valschen godsdienst schuldig
verstandige maatregelen, dan
zij
niettegenstaande
alle
is
te
uit te roeien,
wachten.
bij
te
de
weren. Neemt
Blijkt echter
hem de
om
niet
hen, die zich aan
bij
maken, die zonden
Gods zegen
aangewende middelen, om
godsdienst te weren en
nemen,
te
om
berooven, maar
te
iemand,
afgoderij en valschen
onverbeterlijk te zijn; blijkt
hij
door hetgeen
dan zou de doodstraf niet minder over hem, dan over landverraders en anderen uitgesproken worde n." openbaart, een verharde Godslasteraar te
hij
zijn,
zeker,
Het beginsel der gescheidene Gereformeerde kerken, die de belichaming
van
de idee, die steeds
beginsel
op de
beleden
kras
en
in
de Free Church
als te zijn
is
dwaling
stelling, dat
zoo
dus
Schotland
b.v. in
scheiding van kerk en staat, gegrond
:
niet strafbaar stelt
als het slechts
beslist
zijn
welk
het licht trad,
in
voor de Overheid, wordt hier
kan door een gevierden tolk
de
uit
Theologische school dier kerken bestreden en veroordeeld.
nummer van de Heraut
volgend
een
In
aangekomen op
het alles afdoende punt
heet het
Hiermede
:
zijn
we
dus
Wil God de Heere, dat de Overheid
:
het uiterste geval een' ketter van het soort Servet doode, of wil de Heere
in
dit
niet?
Komen we dus
thans tot het
Woord
Gods metterdaad den ketterdood den
zelf,
en bezien we, of
dit
Woord onzes
dan wel wraakt, of ook
eischt,
mid-
in het
Iaat.
En dan beginnen we
aanstonds met deze gewichtige opmerking, t. w. waarop de voorstanders van de gewraakte zinsnede „uit te roeien alle afgoderij en valschen godsdienst", en zoo ook de heer Van Velzen zich beroept, bijna uitsluitend te vinden zijn in de boeken des Ouden al
dat de Schriftuurplaatsen,
Testaments en missen,
wel
dat
uitspraken,
in
die
maar zeer bepaaldelijk doelen op
meer bestaande verhoudingen,
De
leven riep.
die
de
bijna
die
Heere
VS.
Van de
mag het
heer
2
VS.
10,
rijke
en
ondersteld, dat
we
rijpe,
duidelijkst
is
en door Israël
Israël
en
Jes.
49
vs. 23,
1,
2 en
Rom. 13
5,
Van Velzen 18,
2 Kon.
Timoth. 2
vs. 2.
Deut. 17 vs.
vs. 4,
1
niet
in het
doorwrochte Schriftkennis van den heer Van Velzen in
sterkst
bovengenoemde acht uitspraken der sprekend getuigenis
voor
Heilige Schrift
ons hebben
liggen, dat
wordt aangevoerd.
zijnerzijds
En
Ps.
18,
in
plaatsen uit de Heilige Schriftuur, waarnaar de heer
verwijst, zijn: Lev, 24 vs. 15, 16, Deut. 13 vs. 11
generaal karakter
alle elk
buitengewone en voor ons
dit
nu zoo, dan staan
Van Velzen, thans nog
uitspraken
in
we
er toch metterdaad verbaasd over, dat de
onze dagen, met
niets
dan met deze Schrift-
voor oogen, het op de consciëntie durft nemen,
om
te
zeggen
:
In
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's