De overheid - pagina 211
§
De
Vs. 36. fixü-tXzLx
r,
siiK
l/u,};
een
u
to~j
toIitou
en aan
slot vüv Sè h
't
/3o(.crtX£f.x
dus
en
Christenen, moogt geestelijk
gij,
Christelijk
beginsel in de wereld, in het maatschappelijk of politieke leven. Doet laatste
dan wordt tegengeworpen, dat men
van
uitspraak
wordt men
staan,
volgende
in
een koninkrijk
zelf zulk
in
geraakt met de
de wereld
Er staat
uitdrukkingen,
;
die
ïy.
uitsluitend
welke sfeer het werkt.
kóo-^sj^
to~j
en
roirou en in het
op den oorsprong van het dit koninkrijk
komt, niet
Oi>e Ik rdü kóctixoii to'jtou wil
de patria potestas.
In
Hebr.
7
3
vs.
wordt
bij
Melchizedek met nadruk op den voorgrond gesteld, dat Kxc ayivtaXcyriTcg, d.
omdat
is
te willen
het vloeit niet voort uit de essentia creationis, dus kan het niet afgeleid uit
dit
toLtou en in het slot, Mijn koninkrijk behoort hier
kó<tjuoii
Jezus antwoordt nu, waarvandaan
koninkrijk wijzen.
strijd
men
koninkrijk niet van deze wereld
Zijn
dit is niet het geval.
ïvnZi'Srvj
wordt gezegd
van
in
de bedoeling van deze woorden, dan zou er een Genetivus
dit
t:5
Maar
niet thuis.
dat
zelf,
beschuldigd
Was
oprichten.
moeten
Christus
vroom
koninkrijk der ideeën en sympathieën als navolgers
het
in
van Christus, maar nooit moogt ge optreden met de eischen van het toch,
:
yj
het verl<iaard alsof het beteei<ende, dat Jezus' i<oninkrijk
koninkrijk
zelf
verstaan onder de woorden van Jezus
te
is
xbcrfjiou
193
regio Christi.
?
wordt
geestelijl<
voor
zijn
cLk 'icmv zk
ÏCTTIV SVTc'jB-cV
Gemeenlijic is
wat
eerste vraag is:
i/xy;
Tl
De manere
7.
w.
z.
zeggen:
worden
het priesterschap van is a.'xkT(jip,
hij
c/.fx.r,T(jip
dat het priesterschap aan Melchizedek toekomt, niet
uit dien vader of die moeder geboren was of krachtens genealogische maar krachtens de essentia van de schepping. Evenzoo laat Christus met de woorden oLk Ik toL koo-^ou toótou Zijn koninkrijk niet komen uit het hij
erflinie,
hier
eslacht van David.
Bedoelde Christus, dat
Hij
wel
krachtens koninklijk erfrecht Koning was, dan zou
deze wereld
men hiermee
zijn
opgekomen.
voorzichtig
zijn.
Men
eenvoudig voorbijgegaan.
r,
als
erfgenaam van David
ficf.<nXü.x
van Christus
uit
Bij
de prediking van het kerstevangelie moet
Op
tal
van catechisaties wordt deze quaestie
zegt dan
:
„Jezus heeft als zoon van David, als
genealogisch erfgenaam van den troon ook recht op de kroon van David;
dit
wel
volkomen waar, maar daarbij wordt uit 't oog verloren, dat Davids koningschap alleen typische, symbolische beteekenis heeft, en dat men daaruit is
nooit de realiteit van het wezenlijke afleiden kan.
den
Messias
maar nooit was.
vleesch
en
bloed
Men mag
de lendenen van David
wel zeggen, dat zijn
toegekomen,
het zoo voorstellen, alsof hierin nu het eigenlijke koninkrijk gelegen
Dit
ligt
David op
zijn
op
de
Chiliastische
het koninkrijk
lijn,
zij
vragen
weder oprichten. (Hand.
alsof Christus zich als opvolger
van
Aldus was de Joodsche opvatting en
troon had kunnen zetten.
die der Apostelen, wanneer
V
uit
„Heere, zult
:
1
vs. 6);
gij
in
dezen
tijd
aan
Israël
evenzoo dacht de moeder der 13
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's