Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 52
meditatiën over het lijden en sterven onzes heeren
;
!
„OM DEX ARBEID ZIJXER
iJ^
gaan, toorn
ZIELE.
Dm
het lijden van den toorn Grods die er tegen uitgaat. Gods, zooals onze Catechismus zegt, tegen de zonde van ons
gansclie menscJielijke cfeslacht.
Xiet als een optelsom, de zonde van a -j- b -t- c. Maar, omdat onze tweede Adam, ons tweede Verbondshoofd was, de geconcentreerde zonde van heel ons geslacht. De zonde als schrikkelijke kiem van alle zonde. Het gif op zijn sterkst. De zonde in haar helsche wezen. Tan alle zonde de innerlijke demonische saamvatting. En daartegen ingaande de volstrekte toorn van Grods heilige majesteit, op zijn ziel inwerkende met dood-, eeuwigen hij
dood-ademenden vloek. Dat was zijn zieleangst, dat zijn doodelijke zielsbenauwing, dat het zwoegen zijner schier bezwijkende ziel, waarin hij het ten slotte voelde, niet dat hij als God van God losscheurde dat kan in eeuwigheid niet maar dat zijne ziel van God losbrak, en God zijn ziel losliet, en hij het voor alle duivelen en engelen uit moest klagen: Mijn God, mijn God, ivaarom heht Gij mij verlaten! Eli,
—
—
lamma
sabachtani ging door tot in den dood. Niet een dood als het sterven van Gods kind, als in doorgang tot het eeuwige leven. Maar een verzinken in de diepte van den eeuwigen dood, waarin alle schepsel voor eeuwig zou verzwolgen en bezweken zijn, en waaruit hij alleen op kon komen, omdat de Vader hem met zijn almachtigheid hield, en hij, zelf God, den dood te sterk was, zoodat de dood hem niet Txon houden. En daarom kon zijn ziel niet verkwikt worden, eer het uit was eer in den eeuwigen dood de zonde der wereld die hij droeg, weer Eli,
En
dit
van hem
gleed.
En En
toen was zijn ziel vrij. toen zag hij het aan den arbeid zijner ziel, wat heerlijkheid verworven, wat buit gewonnen was, wat glans zonder eind hem tegenstraalde.
was er daarom ook wel. En ook dat was toch in dat lijden, door het vergieten van zijn bloed, kon alleen de arleid zijner ziel de reddende waardij instorten. AVat Jezus in de ziel leed ging het diepst.
Het
lijden des lichaams
naamloos.
Maar
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's