De engelen Gods - pagina 22
;
GEEN ENGELENAANBIDDING.
18
gelijke neiging, destijds althans,
ook
de gewone geloovigen
bij
lieer,sclite
dat enkele op heerschappij beluste personen hiervan misbruik maakten
om
aan
geesten
de
Paulus,
zich
te
onderwerpen; en dat de heilige apostel
dat hierin school, inziende, zoo ernstig de kerk
gevaar,
het
van Colosse, en in haar de kerk
eeuwen, waarschuwde,
aller
om
zich
toch niet in zulken dienst van Engelen te verloopen.
Evenmin
blijkt
ook maar met één enkel woord, dat de dienst der
Engelen,
die hier bestreden wordt, een soort aanbidding zou geweest
zijn alsof
de Engelen goden Avaren.
samenhang op ,,
Veeleer
nederigheid" toont klaarlijk, dat deze
voor
Christus
en
heiligen
God mogen
Engelen
de
Engel aanroept, dat den Christus
dienst der Engelen" te Colosse
maar een
Wie nu op
behoeven.
opdat Christus voor
te pleiten,
zulk een wijze een
om
voor
pleite bij
hem
bij
God, geeft
zulk een Engel geen god aanbidt,
in
hij
hem
dat invloed uitoefent op de genadebeschik-
wezen,
hooger
maar de voorspraak van de
naderen,
den Engel bidt en smeekt,
hij
reeds daardoor te kennen, dat
De onderscheidingen
kingen des Allerhoogsteu.
der
Roomsche godgeGod
tusschen de Latreia of hoogste vereering die alleen aan
leerden
en
,,
op de valsche overtuiging, dat de geloovigen niet rechtstreeks
rustte in
het tegendeel uit den
is
Immers de voorvoeging van het woord
maken.
te
toekomt,
Christus
de Dulia of lagere wijze van vereering, die
en
aan de Engelen en wie met hen gelijk staan, wordt toegebracht, doet al zoo
hier
Het
niets ter zake.
volkomen waar, dat ook de Room-
is
sche godgeleerden protesteeren tegen het denkbeeld, alsof die aanbidding, die alleen aan
zou
mogen worden
uit,
dat de
als
Schepper toekomt, ook aan eenig schepsel
die aan de
toch
en
toegebracht,
Engelen behoort bewezen ook
een
in
hen
alsook zich
in
hen
heeft gelegd,
de
dus
Engelen
om
iets
terdege
(civilis),
godsdienstig
is,
is,
DïtZ/'a
omdat de beweegreden
en dus de grondslag van deze
men Gode
de
gewapend
Hij hen
poging,
om
zelf toedraagt, en die er
God
heeft. Hierin verraadt
onder zulk een vereering der
terwijl de hier geëischte vereering bepaaldelijk
karakter zal dragen.
En
Ook de heiligen dienaren Gods, door Hem met macht en te dolen.
we aan
Zulk een eerbetuigiug noeiuen ze dan ook hierin
gevaar, en de aanleiding, die in de leer zelve
nog verder af
Gode
Latreia) alleen
heel anders te verstaan, dan de eerbetuiging die
een burgerlijke
zij
en de waardigheid, waarmede Hij hen bekleed,
onze Overheden bewijzen. een
i.
te eeren de bovennatuurlijke gratiën, die
macht waarmee wel
(d.
woorden spreken
worden, en die onder de
te
godsdienstige vereering
vereering ligt in den eerbied, dien noopt,
besliste
ze staande, dat de lagere vereering,
die hiertoe drijft, een godsdienstige
toe
in
hoogste eisch van aanbidding
Maar niettemin houden
toekomt.
valt,
God
nu juist schuilt het
ligt,
om
in
de practijk
toch zijn evenals de Engelen, majesteit bekleed, eu die
we
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's