Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 27
meditatiën over het lijden en sterven onzes heeren
„DE HAND DIE MET MIJ IN DEN SCHOTEL INDOOPT."
19
hart aan de pijnlijke gemeenschap met het hart van den verrader te onttrekken. Al voer Satan ten leste in Judas' hart, hij zelf was geen duivel, maar een mensch als gij, en wie uwer in die drie jaren van Jezus' omwandelingen op aarde Judas in Jezus' kring ontmoet had, zou van verre niet vermoed hebben, dat deze schijnbaar zoo vrome man ten slotte zulk een schandelijk stuk bestaan zou. Judas had zich tot Jezus aangetrokken gevoeld. Hij had alles verlaten om Jezus te volgen. Hij had zich nauw aan Jezus aangesloten. Toen te Kapernaüm zoo velen van Jezus weggingen, was hij gebleven. Niet maar onder de zeventig, maar onder de kleine groep van het twaalftal was hij opgenomen. Drie jaren lang had hij in het volgen van Jezus voUiard. Met de overige elf was liij door Jezus uitgezonden om het Evangelie aan de steden van Juda te brengen. voor Jezus te roepen en voor .Jezus te winnen was hij het land doorgegaan. Hij had teekenen en krachten gedaan in Jezus' naam. Zelfs was de geldbeurs van het heilig gezelschap hem toevertrouwd. En nergens vindt ge op het Evangelieblad in het verhaal van die lange jaren ook maar één daad, één woord van Judas opgeteekend, waaruit te vermoeden viel, dat hij op het oog van de overige vrome jongeren te onderscheiden viel. Eerst op het laatst spreekt Johannes van gelddieverij, en van zijn uitroep voor de armen. Green twijfel dan ook, of, als ge Judas met de overigen waart tegengekomen, zoudt ge niets aan hem bespeurd, niets kwaads van hem vermoed hebben, en zoudt ge onder den indruk hebben verkeerd, van ook in Judas een vroom en getrouw volgeling van Jezus te mogen begroeten. En wel verre van daar dat Judas' verschijning een afschuw in u zou hebben verwekt, zoudt ge hem met eerbied genaderd zijn, en om zijn vriendelijke aanhankelijkheid aan Jezus bewonderd hebben.
Om
Zóó
liistorie, die met de gewone voorgemeen heeft. Jezus had hem van meet af doorgrond, want hij wist wat in den mensch was, maar in den omgang merkte men daar niets van, en Judas merkte het zelf niet. Het gif van het kwaad heeft uit is
de
ware Judas der
stelling der legende niets
zijn liart opgewerkt, zonder dat hij klaarlijk aan zich zelven ontdekt werd. En zeg nu niet, dat Judas van Jezus de oprichting van een aardsch koninkrijk verwachtte, en dat zijn geestelijke overbuiging
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's