De overheid - pagina 277
§ die
bestaan
theocratie
iieeft,
heeft reeds in het Paradijs.
Eva
en
De
9.
259
kunnen we zeggen, dat deze theocratie bestaan
In
rechtstreeks Zijn gezag
Adam
regiminis forma.
het Paradijs toch oefende
God
zelf
over
Adam
Dit blijkt daaruit, dat niet een ander als
uit.
maar dat God zelf aan Adam Zijne wet geeft en de wetgeving is natuurlijk altoos het kenmerk van het gezag. Ook verschijnt de theocratie weder volgens 1 Cor. 15 vs. 28 na het jongste Oordeel, hx rj h <ddc ra TTxvTx h ttxctiv. Dit is weer de theocratie in den vollen en rechtstreekwetgever over
schen
We
zin.
als het
optreedt,
hebben de theocratie dus aan het begin en aan het einde en
goed geweest ware, had die theocratie
gestoord, geintermitteerd en gebroken
geworden,
is
Vandaar komt
het intreden der zonde.
altijd
het, dat er
moeten doorgaan. Dat ze is
een gevolg geweest van
op het geheele
terrein
van
communis geen theocratie heerscht, maar in deze woestijn van Gratia communis vormt nu God de Heere een theocratische oase in Israël en in Israël komt nu de theocratie, die in 't Paradijs was ondergegaan, weer typisch of Gratia
als profetie
van den terugkeer der theocratie na het jongste oordeel.
Als zoodanig wordt
De
dit
uitgeproken
in
1
Sam. 8
vs. 7.
theocratie bestond daarin, dat de Heere Zelf koning over Zijn volk
en de antitheocratische gedachte was deze, dat
den Heere
zij
als
was
koning over
Ze vragen dan ook een koning, gelijk de andere volkeren hebben en in de woorden „gelijk de andere volkeren hebben" spreekt de oase: „laat mij worden als de woestijn." Israël als vrucht van Gratia specialis zegt „Laat mij worden als de volkeren van Gratia communis laat de exceptie, die voor zich verwierpen.
:
;
mij
•
bestaat,
opgeheven worden, en
laat mij
onder den regel van Gratia com-
munis komen." In
Jesaja
sproken
:
onze Koning en
33
vs.
vinden
22,
Want de Heere ;
Hij zal
om
begrepen
we
die theocratische gedachte expliclte uitge-
onze Rechter, de Heere
te
is
onze Wetgever, de Heere
ons behouden. Gemeenlijk wordt deze plaats
deze reden, dat men
meer op ons toe zonder meer
is
in
de predicaties gewoon
is
niet verstaan is dit
zonder
passen, terwijl voor ons deze uitdrukking en belijdenis
niet geldt.
Niet de Heere
geeft onze wetten, niet de Heere
is
is
onze Wetgever, maar de koningin
onze Rechter maar de rechtbanken en de
Hooge Raad daarom mogen deze woorden niet zoo zonder meer op onze worden toegepast of men verdraait en miskent de beteekenis van ;
toestanden
de uitspraken der Heilige
Schrift.
Deze woorden geven de belijdenis van absolute theocratie in Israël te kennen. Er was in Israël geen wetgever t>nder menschen. Israël had zijn wet en recht van God den Heere, zijnen Koning, ontvangen. En dit is het vaste punt, waardoor de zaak te onderkennen is, dat hij, die het ius legum ferendarum heeft de souvereiniteit draagt en opperste machthebber is. In Israël is nooit onder
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's