Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 96
meditatiën over het lijden en sterven onzes heeren
88
„ZIE,
Zie, zie
DE MEXSCII.
hem aan. Is dat een belager van uw volksrust ? Is man naar, om iiw staat onderstboven te keeren ?
die
Jezus er de
Zie, de menscli. Wat is hij anders dan een mensch als andere menschen. Misschien met geestelijke afdoling en inbeelding behept. Maar gelijk hij daar staat, toch eer een hulpelooze dan een verontrustende gestalte. Denk nu eens niet aan wat u is ingefluisterd, maar zie hem-
zelven aan. Het is toch een menscli, die daar voor u staat, en uw menscheJijk hart voor dien mensch geen deernis?
is
er dan in
Pilatus' toeleg slaagde niet. AVat hi] verkreeg, was alleen, dat ook het ///enscJ/ehJk c/eroel zich tegen Jezus verhardde, en hierdoor aan zijn lijden nieuw en bitter leed toevoegde. AVant niets doet zoo bitter aan, dan te ontwaren,
dat zelfs het gewone menschelijk voelen van uw medemenschen, u in heeten, blinden hartstocht onthouden wordt. Niemand kan nu zeggen, dat wel de machthebbers zich aan Jezus vergrepen hebben, maar dat toch hef roll- voor den onschuldige riep, en dat toch het menschelijl- f/eroel in deernis voor Jezus opkwam. Neen, met macht, en rechtspraak, en volksplebisciet, en menschelijk gevoel, kortom, met alle energieën van ons menschemenschelijk leven, hebben wij ons tegen Jezus lijk hart en ons gesteld, en door niets is de wilde hartstocht, die tegen Jeziis
woedde, gebroken. Dat: Zie, de mensch, door Pilatus uitgeroepen, en door het volk met nieuw gegil om zijn bloed begroet, voleindde veeleer de schuld der wereld waarmede ze zich aan den heilige bezondigd heeft. Er is meer. Het is r/oed dat er één voor liet rolk Grelijk in Cajaphas zeggen sterre, een diep-profetische waarheid school, waarvan hij zelf niets Zie, de mensch, een vermoedde, zoo sprak ook Pilatus in dit mysterie uit, waarvan hij zelf niets giste. Maar ook de Kerk van Christus heeft dat: Zie. de mensch, dat: Ecce, homo, beluisterd, en zij heeft in het geloof dat mysterie gegrepen. Wat de wereld mist, wat de wereld in al haar geestelijke worstelingen zoekt, is juist de inensch. Niet den ontzonken mensch, dien ieder in zijn eigen hart vindt, noch den ontvallen mensch dien we telkens in elkander ontmoeten. Neen, maar den mensch, die ons met ons mensch zijn weer verzoenen kan. De mensch, om meê :
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's