De overheid - pagina 175
§ daad,
Van
5.
mensch recht
waartoe geen
iets
het souverein gezag.
omdat
heeft,
Zulk een contract zou dus
zelf decapiteert.
157
ieder, die dit doet, zich
eo ipso nietig
1
den wil van den mensch de Contractfahigkeit gezocht wordt
in teit
van een anderen persoon over
zijn
zijn
en 2 wanneer
om
de souvereini-
eigen persoon te erkennen, dan rust in
denzelfden vrijen wil de macht en de bevoegdheid dat contract te vernietigen,
want
boven de twee,
staat nergens een derde
er
die over de rechtmatigheid
van het contract uitspraak kan doen of de bepalingen handhaven.
Om niet
deze
redenen
denkbaar en kan
Conclusie: Er dan
is
dus
zij
niet bestaan.
souvereiniteit
buiten de souvereiniteit
waar ook, op aarde nooit gezag van menschen bestaan
kan,
als ectypisch gezag, als uitvloeisel
van het gezag Gods. Waar zoodanig ge-
zag van menschen over menschen op aarde bestaat, daar
Gods gezag. Het kind
God
om Gods
is
die door de ouders Zijn
is,
Gods om
is
en
blijft
het altoos
wil aan zijne ouders onderworpen, daar het
gezag handhaaft.
de volgende § „over de uitoefening van het gezag"). Vervolgens hebben wij er nog op te wijzen, hoe men terecht b ij de
(Hierover straks
in
these der Fransche Revolutie het lietvoorafgaan. Wanneer men wil
hebben,
van
cijferen
het
Dieu"
aan het
„ni maitre"
de Overheid, de overhoogheid van menschen over zich
niet
er
is
„ni
maar één middel om
God
dat
feit,
dit
gedaan
te krijgen, nml. het
weg-
absolute overhoogheid en gezag uitoefent en
krachtens die macht ons onder de souvereiniteit van andere menschen plaatsen
Zoolang het
kan. die
vanzelf
in
feit
van Gods absolute overhoogheid over onzen persoon,
begrip
het
God
ligt,
stand houdt
in
de consciëntie en over-
men zich onderwerpen moet Wil men het „ni maitre" realisee-
tuiging der menschen, volgt eo ipso daaruit, dat
aan den persoon, dien
van
ren,
God men aan God
als
dat
te in
God
over ons aanstelt.
macht over zich afkomen, dan
elke
poneeren, zijn
d.
w.
z.
niet,
is
het eenige middel zich zelf
zich zelf te laten aanbidden,
maar
dit,
eigen vrijen wil die absoluutheid zegt te bezitten, die alleen
toekomt.
Natuurlijk
moet
er,
waar gezag
zal zijn,
ergens een bron van
gezag bestaan.
Deze kan alleen in een zedelijken wil gelegen zijn. Dan is er bij den mensch maar ééne keus, óf dien wil erkennen in God, öf in zich zelven. Wil men geen meester boven en
blijft
Gods
hebben,
zich
niets
ander
dan kan men ook den wil Gods
over,
dan dat men
zijn
niet
gemaakt nu
dat heeft, is
men
dan,
wat
eerst
niet
alleen
erkennen
eigen wil in de plaats van
wil sielt en zijn eigen wil als bron van absoluut gezag poneert,
vanzelf,
Dit
er
't
Spreekt
wat aangaat wil en regimentaal gezag, zich
zelf
God was. een
negatief
vernietigen van het meesterschap van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's