Het Calvinisme - pagina 153
HET CALVINISME EN DE KUNST en kunst ontrooven wilde, dien deze
beide
levensmachten
heel
zij
149
gezegd, dat juist
ons
menschelijk
Calvinisme
tiet
leven
wil laten
omvangen. Er moet zijn een Wetenschap die niet rust eer zij gansch den kosmos heeft doorgedacht. Een Religie die niet stil kan zitten eer ze heel het menschelijk leven doordrongen heeft. Maar zoo dan ook een Kunst die geen enkel terrein des levens versmaadt, en daarom heel het menschelijk leven, en dus ook het nietigste in dit leven, in haar kunstwereld opneemt.
Vorme die rijke uitbreiding van het gebied der kunst mij tevens den gereeden overgang tot de laatste opmerking, waarvoor ik uw aandacht vraag, t.w. dat het Calvinisme ook feitelijk en in concreten zin de ontwikkeling van de kunsten bevorderd heeft. Hierbij nu behoeft wel nauwelijks gezegd, dat het Calvinisme ook op kunstgebied niet den toovenaar kon spelen, en niet anders werken kon, dan met natuurlijke gegevens. Dat de Italiaan een zangeriger keel ontving dan de Schot, en de Duitscher door stormachtiger zangdrift beheerscht wordt dan een Nederlander, zijn onloochenbare gegevens, waarmee de kunst evengoed onder Romes heerschappij als onder de heerschappij van het Calvinisme te rekenen had. Reden waarom het noch logisch, noch naar eerlijke rechtspraak is, zoo men aan het Calvinisme verwijt, wat rechtstreeks voortvloeit uit het verschil in volksaard. Even weinig kan het bevreemden, dat het Calvinisme in onze Noordelijke landen geen marmer, porphyr of arduinsteen uit den grond kon tooveren, en dat deswege de bouw- en beeldhouwdie rijke natuursteen als stoffe behoeven, zich gereeder ontwikkelden in landen waar de steengroeve dezen schat uitlevert, dan in een land als Nederland, dat rust op klei en slib. Dichtkunst,
kunst,
toonkunst en schilderkunst, de drie geheel
gegevens
meest
vrije
en van
alle
natuur-
onafhankelijke kunsten, zijn uit dien hoofde aanmerking komen. Niet alsof onze stadhuisplaats der eere onder de scheppingen der architectoniek zou innemen. Leuven en Middelburg, Antwerpen en Amsterdam weten nog te getuigen van wat eens Nederlandsche kunst uit steen gewrocht heeft. En ook wie Quellinus' en De Keyzers beelden te Antwerpen en op het graf van Willem den Zwijger mocht genieten, loochent de kunstvaardigheid van deze mannen van den beitel niet. Maar hier staat tegenover, dat onze stadhuisbouw lijke
de eenige, die hier bouw geen eigen
in
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's