Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De engelen Gods - pagina 131

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De engelen Gods - pagina 131

2 minuten leestijd

DE

DER KNREl.EX.

KF,XN'[SSE

toeneming vatbaar, dan

niet allengs verworven, en niet voor

engelen

127

uit zich zelf kunnen moeten ontvangen hebben in hun schepping. hebben, en ze dus wel Een afschaduwing van de kennisse van het Goddelijk Wezen moet bij hun schepping over liun geest zijn geworpen, zoodat zij de dingen

engelen

de

het

vanzelf,

dat

onmiddellijk

kennen,

overmits

spreekt

Van en

wordt

duivelen

de

het beeld van in zich dragen.

er

ze

niet

God

gezegd, dat ze gelooven dat er een

mag

Hieruit

sidderen.

ze

is

afgeleid, dat de kennisse van God, in de

mate die de engel noodig heeft, aan alle engelen, goede en kwade, gemeen is. Zij het ook al dat een menscheukind eerst van lieverlee tot de kennisse van zijn God komt, bij de engelen moet die kennisse zijn gelijk ze in Adam was, terstond door en bij de Schepping inge-

Op gelijke wijze moet hun kennis van den Zone Gods, die immers ook het Hoofd der engelen is, hun niet van buiten zijn toegekomen, maar hun in hun schepping zelve gegeven zijn. En evenzoo moeten ze van ons raeuschen kennis dragen, niet omdat ze ons waarnemen en ons bespieden, maar omdat de kennis van den mensch prent.

aan

engelen

de

ingeschapen, gelijk de kennis van het dier inge-

is

Wel kunnen

schapen was aan Adam.

ze als engelen nooit, gelijk wij,

mensch kennen. Niemand toch weet wat in den geest des menschen is, dan de mensch zelf. Maar voorzoover de engelen belang hebben bij de kennis der menschenwereld, om hun roeping daarin te volbrengen, is ook die kennisse hun bij hun die

mensch

zelf

den

zijn,

schepping volledig ingeprent.

Dit

echter

kennis

bijzondere nissen,

is

van

of

kennis,

nog volstrekt

niet

de

een

aJ<jemeene

der

enkele personen, of der voorvallende gebeurte-

toekomst

de

met

die

brengt.

zich

Al

dit

laatste toch

behoort tot die tweede soort kennis, die ook een engel zich eerst van lieverlede eigen

kan maken, naar gelang de nieuwe personen optreden,

de gebeurtenissen voorvallen, of de toekomst zich ontsluiert. Dat het

kindeke

Jezus

te

Bethlehem

geboren

Deze kennis

uit zich zelven hebbeu.

is

is,

is ri?r/i.7'g;/m.

God het hun geopenbaard heeft, of doordien De keuze tusschen deze beide is moeilijk te de

waarheid

boodschap

meer

is

hem op

Aveet aanstonds

kennis aan

nabij

zijn

waar

te

komen.

ze vinden moet.

diiigen

doen, al schijnt het eerste

wordt gezonden.

Zijn

Hij zoekt Maria niet,

maar

Dat nu God de Heere zulke

engelen zou mededeelen, schijnt wel vreemd, zoo

God Maar wie met de Kerk van Christus zich

Verkregen of doordien

ze het zelven u-aarnemen.

Gabriƫl

de lippen gelegd.

hij

niet een kennis die ze

men

denkt als buiten de bijzondere voorvallen des levens staande.

en

alle

personen en

alle

belijdt,

voorvallen in

dat de kennis van aiU

God volkomen

is,

eer

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's

De engelen Gods - pagina 131

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's