De overheid - pagina 155
§
5.
Van
het souverein gezag.
137
30. omdat uit deze vrijmacht de verplichting voor het schepsel om gehoorzamen volgt
omdat
40.
alleen in deze vrijmacht de
macht
schuilt
om
te
verzet van
het schepsel tegen het souvereine gezag te breken.
generale beduiding nu kan van gezag op elk gebied van het bewuste
In
worden gesproken.
leven
Gode komt
op het gebied van het
het gezag toe op het gebied van
op het gebied van het schoone, menschen bewuste levenssfeer. In den concreten hier bedoel den zin daarentegen, wordt gezag genomen als zich bepalend tot het zeggenhet denken,
kortom
in
geheel
heilige,
's
schap over den persoon, zoo den man over over
zijn
len een
Ook voor
in
God
in
een Sóc
van den vader over
vrouw, van een heer over
onderdaan en van God over allen
band
alle
zijne
;
zijn
alle
zijn kind,
van
knecht, van een vorst
vormen, die onderstel-
of betrekking tusschen persoon en persoon.
dezen zin echter
is
alle
gezag ten
slotte
Godes. Niet alleen,
wijl
gezagsvraag onder menschen het imperium over onzen persoon
zelven
ligt,
,uct tto'j a-rrh
maar ook
heeft
wijl
geengezag van mensch over men sch
dan ectypisch en als uitvloeisel van het gezag Gods.
Gezag onder menschen, door geweld verkregen is geen gezag, maar overmacht en ook gezag, dat opgericht is door afspraak of vrijwillige onderwerping is daarom geen gezag, wijl "gezag uit zijn aard onvernietigbaar is en niemand over zijn eigen persoon of over de zijnen anders beschikken mag dan naar Gods Wil. Zoo gaat dus Gods souverein gezag over geheel onzen persoon in
sonen staan en steeds
al is
we tot
andere per-
die omnipraesent ons
Zijnen wil
onze verhoudingen, waarin het
God
zelf,
oplegt en absolute onderwerping aan dien wil. eischt.
Terecht heeft deswege de Fransche Revolutie aan het „ni maitre" het „ni
Dieu" laten voorafgaan, eerst
zelf zelf
als het gezag Gods wegvalt, valt van ook het gezag van mensch over mensch en beeldt de mensch zich in God, d. i. in valschen zin vrijmachtig te zijn. Daar intusschen de
mensch blijft
niet zich zelf voortbrengt,
maar
afhankelijk naar ziel en lichaam
van den kosmos en de menschheid
om hem
heen en evenmin zich
zelven kan in stand houden, vloekt deze geheele voorstelling tegen de werkelijkheid en moet daardoor leiden tot eene steeds verder gaande ontbinding, die eindigt in den socialen chaos.
Toelichti ng. I.
Eerste opmerking.
Een onderzoek naar de
plaats, die
aan den magistraat
toekomt, behoort niet tot het soteriologisch deel der Openbaring, althans niet
in
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's