De engelen Gods - pagina 160
WOOXSTKDE DES ENGELS.
156
we
Verheffen
voorwerpen
onzen God die een
tot
Dan toch
stonds onze begrippen.
wat
2ooordigheid,
zoo
is;
maar
nergens,
juist
maar
geheel
plaats gebonden
en
is,
regel
is
alle
plaats
God tegenwoordig op de
Gods
dat de tegenwoordigheid
de
stond:
»
Gij
zie
hel,
Bedde
Was
daar."
zelfs
gelijk
er,
de hel
in
Iets Avat niet
ik mij in de hel, zie,
Neen, het staat
door."
tot
daar."
zijt
» Bedde
is.
deel,
aarde,
onder de aarde en boven de aarde, gelijk Ps. 139 ons dan ook
in
God met
zeggen, dat
te
en in alle plaats niet slechts voor een
Naar dien
is.
stoffelijke
heilige alomterfeu-
(/een
bedoelen
niet
zulke
we Gods
omgekeerd, dat Hij overal
presentie vervult,
7,ijn
van
dan verwarren zich aan-
is,
belijden
we hiermee
dat
Geei<t
zeggen wil dat Hij aan
juist
echter,
gedachten
onze
daarentoo-en
leert,
ik mij
verzwakt raag, alsof er
uw
ook daar dringt
het er staan
alziend oog-
moet: »Zie, Gij
zijt
toch de presentie des Heeren niet ook in de hel, zoo zou
de hel aan Gods tegenwoordigheid een perk en grens stellen. Hij zou
wel elders, maar daar digheid,
die
Ook
of duldt.
dat
we
niet
zijn.
En hiermede
immers uiteraard oneindig
is,
viel zijn
alomtegenwoor-
en dus geen perk toelaat
deze wetenschap voldoet ons intusschen zoo weinig,
om
behoefte hebben
cns God in den hemel
»onze Vader, die in de hemelen
is'
aan
te
God de Heere
de Heilige Schrift ons, dat
te
denken en
als
roepen; en anderzijds leert Sions berg tot de plaatse
verkoren; dat Hij in den Middelaar met de volheid
zijner
ruste had
zijner
Godlieid lichamelijk woont; en dan weer dat Hij tüoont in het
hart zijner verlosten en dat de gemeente van Christus zijn woonstede is
in den Geest.
En
dalen
we nu
in
God den Heere weer tot beschouwing van ons lichaam geen bezwaar
de derde plaats van
ons zelven af, dan levert de
we maar gebonden is, maar
op,
daar
aan onze
ziel.
Wel
al
te
staan
merken, hoe
zeer
dit
aan een vaste plaats
we aanstonds verlegen zoodra we denken we er ons bewust van, dat onze ziel in
toch zijn
ons lichaam moet huizen, en in zooverre aan plaats gebonden is; maar ook weten we, dat bij den dood die ziel het lichaam verlaat, zonder dat we er iets van merken, en zonder dat het ons duidelijk wordt, hoe de
van het lichaam scheidt, en waar ze plaatselijk
ziel
heengaat. Meer nog, zelfs als hviist,
is
zoeken hebben.
daarom de heel
ons
Men kan iemand arm^n
ziel uit
te
dat onze ziel in ons lichaam
lichaam
gissen,
en beenen afzetten, zouder dat
het lichaam scheidt, en of nu de ziel als het ware
schuilt, is alleen bij
meer
we erkennen,
het ons raadselachtig, waar in ons lichaam we onze ziel te
vervult,
of
wel
in
het
hairt
of in de hersenen
benadering en op gronden van waarschijnlijkheid
dan met zekerheid te bepalen.
gemeenlijk aan, dat de
ziel
in heel het
in onze nieren ons zielsbestaan door
lichaam
Onze vaderen namen is,
overmits tot zelfs
God onderzocht wordt en
geproefd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's