Het Calvinisme - pagina 148
HET CALVINISME EN DE KUNST
144
was, en daarom drong en perste naar vrijer ontwikkeling, en waar nu de oude voogdesse met hand en tand de mondigverklaring zocht tegen ter
houden, was het natuurlijk, dat
te
men
over en weer elkaar
vrijmaking steunde. Zonder die verstandhouding zou de voogdij
over heel Europa bestendigd en na het ondernomen verzet verergerd
samenwerking, is het verzet met verwerving van volledige mondigheid bekroond, en mag geroemd, dat van die ure af én kunst én wetenschap én staatkunde, én Religie zijn zijn
dank
;
zij
die
vrijgemaakt.
men nu daarom zeggen mogen,
Zal
maar
dat het Calvinisme wel de
de kunst heeft bevrijd, en dat de eere van de Religie, vrijverklaring der kunst moet gelaten aan de Renaissance? En dan beaam ik dit laatste volkomen voor wat aangaat de innerlijke kracht niet
waarmee de kunst genie,
als
ik
mij
opkwam. Het aesthetisch was door God zelf in den
zelve voor haar vrijheid
zoo
mag
uitdrukken,
Griekschen geest gelegd, en alleen door de grondkrachten, die dit Grieksch genie aan het licht bracht weer met blij gejuich binnen te laten, kon de kunst haar aanspraak op een zelfstandig bestaan bewijzen. Zonder meer echter zou dit nimmer tot de ingewachte vrijmaking geleid hebben. Immers de toenmalige kerk verzette zich tegen de toelating van dit klassieke kunstelement in het minst
niet.
De Renaissance werd niet aan de deur afgewezen, maar binnengelaten. Welhaast verrijkte de Christelijke kunst zich met het beste wat de Renaissance te bieden had, en in de dusgenaamde Cinquecento of hoog-Renaissance zijn het Bramante en Da Vinci, Michael Angelo en Rafaël, die den splendor ecc/es/ae met een kunstschat verrijkten, die eenig en onnavolgbaar, laat staan overtrefbaar
noemen. Zoo bleef de oude band kerk en kunst verbinden, en band vanzelf een duurzaam patronaat vestigen. Voor wezenlijke vrijmaking der kunst was uit dien hoofde nog iets geheel anders noodig. De kerk moest uit beginsel naar het geestelijk terrein worden teruggedrongen, ook de kunst die zich in de heilige sferen bewoog, is te
die
moest moest
in
het
in
de
maatschappelijke
leven zelf optreden, en de Religie
kerk haar symbolisch gewaad afleggen, juist om, na
die verhefffng tot hooger geestelijke trap, heel het
leven te kunnen
doorademen. Het is metterdaad gelijk Von Hartmann het zegt „Het is de zuiver geestelijke Religie, die wel met de ééne hand aan den kunstenaar zijn specifiek godsdienstige kunst ontneemt, maar die :
hem
in ruil hiervoor
met de andere hand een geheele wereld
biedt,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's