De engelen Gods - pagina 67
DE ZONEN GODS, IN GENESIS.
daarna
een periode
is
gekomen, dat ons geslacht
menigte
in
zijden
alle
63
6.
uitbrak
met
en
;
brengen we dan in verband het tweede
in korten tijd
naar
uitbreken in menigte
dit
hierin bestaande, dat de
feit,
vrouwelijke geboorten een tijdlang zeer in het oog loopend toenamen, en er veel meer dan dusver yxiochteren geboren werden'.
Met
dit
nu
feit
in verband, Avant
brengt Mozes hetgeen
hij
hij
daarvan verhalen gaat
zegt ons, dat, toen dit alzoo was, en er in veel
grooter aantal »dochteren" geboren werden, Gods zonen de dochteren
menschen aanzagen dat
der
men noemt
woorden
deze
bij
Gods"
rijst
verstaan
te
zij
schoon waren.
En
komt nu wat want
hier
het groote kruis der uitleggers, de crux interpretum,
der
»dochteren
zijn
aanstonds en
menschen'".
We
vraag, wie onder deze
de
waarom
deze dochteren
dan ook niet
aarzelen
»
zonen
genoemd worden te
erkennen,
dat oppervlakkig bezien, deze schijnbare tegenstelling aan de engelenin het gevlei
zeer
theorie
komt. Naar het toch
schijnt, is er
sprake
van zonen en dochteren^ en staat het zoo, dat het vaderschap van deze zonen
God en van deze dochteren
bij
bij
de menschen wordt gezocht.
Zoo zouden dan de zonen tegenover de dochteren staan en God de Heere tegenover de menschen. Een tegenstelling die, als ze doorging, de zaak natuurlijk beslissen zou, en tot het meegaan met de engelenzou
theorie
gemerkt,
noodzaken.
dat
de
Hiertegen
Hebreeuwsche
zij
taal
intusschen al aanstonds aan-
hier een onzekerheid oplevert.
Wij hebben voor zoon en kind twee afzonderlijke woorden, maar het Hebreeuwsch gebruikt voor beide begrippen in den regel eenzelfde woord. Een »kind" en een »zoon" heeten beiden in den regel Been of
in
de
samenstellingen
i?('n-Hadad in de
enz.
meest
Ben^
geljjk dit in
voor ieder herkenbaar
is.
namen
als
5m-Jamin,
In het ii^eervoud heet dit
voorkomende saamvoegingen dan Benee, en zoo spreekt
de Schrift tallooze malen van Benee Israël, wat niemand vertaalt door »zonen
de
Israëls",
maar hetgeen
vastelijk
door
»kinderen Israëls"
wordt overgezet. En zoo nu ook spreekt de Schrift van Benee Elohim
Jahveh (Deut. 14 1), zonder dat het ooit anders vertaald als k'.nderen Gods en kinderen des Heereu. Van zonen Gods of zonen des Heeren spreekt in dit verband geen enkele vertaling. Wilde men derhalve ook in Gen. 6 2 de gewone vertaling volgen, dan moest er niet vertaald worden de zonen Gods," maar moest het luiden: de ^kinderen Gods," geheel daargelaten nog of men onder deze ^kinderen Gods" de engelen, of wel de vrome kinderen der menschen Benee
of
:
wordt dan
:
:
te
verstaan had. Toegegeven derhalve dat de Hebreeuwsche uitdrukking
Benee Ila Elohim ook van engelen zou kunnen gezegd wie
zich
zijn,
zoo moet,
hierop beroept geheel van het geslachtsverschil afzien.
In
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's