Het Calvinisme - pagina 167
HET CALVINISME EN DE TOEKOMST
163
van het overgeleverde Christendom. wat hij hoonend over den Christus door Von Nietzsche liet nu reeds schrijven dorst, het Ecrasez Vinfame van Voltaire achter zich; en, vergeet het niet, en Von Nietzsche is thans voor het jonge Duitschveroordeeling
en
afkeer
zijn
land de man, wiens werken
men
verslindt.
gekomen tot wat met het Europa der men noemt zich in het zoeken scherpst teekent Christelijke traditie brak, en het van 's menschen oorsprong niet in het „geschapen zijn naar den beelde Gods", maar in het geëvolveerd zijn uit den oerang-oetang of chimpanzee. Hierin toch schuilen de twee gronddenkbeelden, Aldus
we
zijn
het
men
dan, in Europa voor het minst,
moderne
leven,
dat
radicaal
en Goddelijke, 2. en dat men neemt; de souvemaar in het stoffelijke en lage en zich laat reiniteit Gods, die ons beheerschen zou, loochent, afdrijven op den mystieken stroom van het eindeloos proces, een regressus in infinitum. En het is op den wortel van deze twee moedergedachten, dat nu tweeërlei leven bezig is zich te ontwikkelen: Eenerzijds een boeiend, rijk en hoog gespannen leven in den universitairen kring en onder enkele fijnere geesten maar daarnaast, of liever ver daar beneden, een materialistisch, naar genot hunkerend volksleven, dat op zijn wijs een uitgangspunt in het stoffelijke zoekt, en op zijn cynische manier zich van alle vaste ordinantiën emancipeert. Het is vooral in onze steeds zich uitzettende dat
l''.
zijn
uitgangspunt
niet in het ideëele
;
groote steden, dat dit laatste streven zich ontwikkelt, en, het platte-
overstemmend, den toon voor heel de publieke opinie aanin elk nieuw geslacht dat aanrijpt, te onverbloemder uitkomend voor zijn ongoddelijken aard. Op niets dan geld, op genot land
geeft,
en op sociale macht gaat het grijpt.
af,
is
dit streven gericht,
steeds minder
kieschkeurig in
Zoo wordt de inspraak der
en op dat drieledig doel
de middelen, die het aan-
consciëntie doffer, en matter de
glans in datzelfde zielsoog, dat zich zelfs nog in 1789 zoo
op het
ideaal
kon
richten.
De hoogere
geestdrift, alleen
dwepend nog aan
van haar vroeger vuur herkenbaar, vlamt niet meer op. Is men het leven moede, wat zou beletten door zelfmoord er uit te gaan ? De heilzame kracht der ruste dervend, overprikkelt en overspant men zich de hersenen, tot telkens meerdere gestichten zich voor onze krankzinnigen ontsluiten moeten. Of eigendom geen diefde
stal vrij
sintels
werd een steeds
Dat de liefde worden, moet houdt men almeer voor en het huwelijk losser
is,
ernstiger ingedacht vraagstuk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's