De overheid - pagina 199
§
De
6.
uitoefening van het souverein gezag.
menschen bedwong;en worde en het
der
menschen toega. gegeven
Tot dien einde heeft
met goede ordinantle onder de
alles
hij
181
de overheid het zwaard
in
handen
boozen en bescherming der vromen.
tot straffe der
in beteekenis van het woord vroom Thans beteekent het „godvruchtig" in de taal van den vroegeren tijd gaf het woord „ijveren voor een goede zaak" te kennen. Dezelfde uitdrukking komt voor in het dankgebed van het Doopsformulier: en vromelijk
Allereerst
wijzen op het verschil
te
is
vroegeren
in
tijd.
;
tegen de zonde, den duivel en
maar
ridder,
gansche
rijk strijden
met moed en
een, die dapper,
de genoemde woorden van
In
we
die
zijn
middeleeuwen sprak men van een voom
de
In
hier
hebben moeten.
we
alle
Al deze volzinnen zijn
ze het karakter dragen van dogmatische formuleering.
dan
is
10
elementen opgegeven,
rijk
aan inhoud, omdat
De
belijdenis der kerk
:
dat de regeermacht, door de overheid, de potestas magistralis uitgeoefend,
de wereld intrad
in
een pieus
ijver strijdt.
36 vinden
Art.
en overwinnen mogen.
ridder, d. w. z. niet
de zonde
;
oorzaak der verdorvenheid
uit
dat dus de overheid
om
haren oorsprong heeft
;
in
der zonde wil bestaat, (Cf. pag. 8 van dezen
Locus) en niet buiten de zonde 20 dat
de Overheid eene „gratia"
goeden God,
niet
De
genade en goedgunstigheid.
Da^
is.
van
betooning
tot
zij
bestaat, geschiedt
macht en
uitdrukking „goede
door onzen
maar van hier het denk-
souvereiniteit,
God"
geeft
beeld van Gratia Communis. 30
't
Doel
der
van politiën
instelling
is
stuiting der
zonde en het mogelijk
maken van een dragelijk leven onder zondaren ('opdat toega). 40 Van Zijnentwege gaf God de Heere den mensch macht. Daarin ligt de ordinantie van de souvereiniteit. Opdat de Overheid dit zou kunnen uitrichten haar
is
(tot dien
50
De
gegeven
Gods
zwaard,
wereldlijk
d.
i.
het recht over leven en
de Overheid inneemt hangt saam met de^veruitwendiging
(God willende
politiën).
een zondeloozen toestand laat zich geen uitwendige wet denken. is
dood
der vromen).
positie, die
van het gebod. In
het
einde
De wet
dan op de tafelen des harten geschreven en ieder kent Gods wil van-
Evenmin is in het rijk der Heerlijkheid eene uitwendige wet denkbaar. Door de zonde echter slijt de innerlijke kennis van de wet uit. Wel blijven
zelf.
er
de zij
van de wet nog Nachklange over. precisiteit, deels
ging
Rom. 2
vs.
14.
Deels
de autoriteit der wet verloren gegaan,
d.
is
w.
door de zonde z.
aan de eene
de kennis en het onderscheid tusschen goed en kwaad te loor
de andere
zij
gevoelt
goed en kwaad,
vrij
men
om
zich,
het
ook
kwaad
al
te
weet men nog
doen
;
zelfs
te
kent
;
aan
onderscheiden tusschen
men de
noodzakelijk-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's