"Ons program" - pagina 435
:
419
OVERHEID EN STATEN -GENERAAL.
uitnemend wel het „vader"
zou
weten
één
boven den
een
bei
waar dat
zeggen,
te
het onderscheid, de persoonsschakeering, die
verschil,
„moeder"
en
aan
ander voortrekt.
type
eigen
verschil in bestaat.
Want
Niet dat een kind
leent.
op de vraag:
Ook
niet dat het den
„Van wien houdt ge
meer, van paatje of van maatje?" zal een kind meest ongekunsteld zeggen
„Van
allebei
evenveel".
Maar wel daarin maakt het onderscheid, dat het
kind uitstekend weet wanneer het
moet wezen om wat het weten
om
iets
gedaan
bij
dat
onderscheiden
te krijgen,
„moeder"
bij
om
hooren
te
wil.
gaat
gemeenlijk
Ja,
vragen;
iets te
„vader" en wanneer het
bij
kind
het
„vader"
tusschen
en „moeder" zoo volkomen instinctmatig te werk, dat de keurigste wijsgeer niet beter
kan doen dan ook ten deze het kinderleven
te bespieden.
En vragen ook wij nu, daarop afgaande, welk een zin het kind meer door
zonder
het
word ingeprent, en welk een blijvenden indruk
„vader"
zijn
meer van
daarentegen
het
bij-
„moeder"
zijn
in de ziel ontvangt,
dan moet
luiden: van „vader" eerbied voor het gezag en zin gerechtigheid; en van „moeder" moed om vrij te zijn zin voor een teederder leven; vier krachten, die, elk op heur
antwoord wel
voor
en
wijze,
tot
en
kostbaarste
de
onmisbaarste
elementen
behooren voor het
iemand
die
leven van den Staat. In
zijn
„vader"
Een „vader"
staat.
uwe neiging?"
het
voelt
dat
kind,
vraagt
niet
Hij gebiedt.
Dat
aan
die
macht
in
boven den huis
blijft het.
van het kind
wil
kind:
zijn
is,
„Strookt
boven hem dit
met
of dat
gebieden kan daarom op lieven toon ge-
schieden. Maar niettemin, „gebieden" wil,
er
staat.
De
uiting
Er
is
van een hoogeren
met den „vader" een
die bepaalt hoe het moet, en waaraan het kind
aanwezig,
zich heeft te onderwerpen.
Een kind komt daardoor ongezocht en vanzelf tot de vraag: „Vader,
„mag dat?" komen
dat?" en door dat
mag
het ontzag en de eerbied tot uiting,
die de aanraking met eiken hoogeren, machthebbenden wil in ons menschelijk
hart opwekt.
En zijn
bare
die
beide;
zoowel
dat
buigen voor als dat vragen naar vaders wil;
voor een kind, dat nog natuurlijk bleef school,
niet
's
En zoo gebeurt
vaders wil weet dat het het,
maar het minste voor dat
z.
nog niet op de open-
tegen dien wil in verzet komt, maar zoo, dat het ook
inworstelen tegen
inprent,
w.
maar een vanzelf heid. Niet dat een kind
werd), volstrekt niet iets vreemds, telkens
(d.
of door slechte jongens of door ongoddelijke lectuur bedorven
er
een
dat te
gezag
kwaad
bij
dat
doet.
het vaderlijk gezag, zonder er opzettelijk ook doen,
geheel
boven
hem
vanzelf staat,
in
het
kind een indruk
waarvoor het
zijn
eigen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's