Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 126

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 126

meditatiën over het lijden en sterven onzes heeren

2 minuten leestijd

„WEEXT

118

>'IET

OTER MIJ."

vergetend, om met heel zijn ziel, en met al de menschelijke deernis, het leven zijner ziel spande, in de vreeselij ke straf, die Jeruzalem wachtte, in te leven. die

Maar niemand begreep hem. Dat Jeruzalem nog eenmaal zou worden uitgemoord, wel mogelijk. die toekomstige uitmoording met dien veroordeelde, die ter strafplaats werd uitgeleid, te doen Jeruzalem, ja, zelfs de altoos teederder gevoelende vrouw van Jeruzalem verstond, begTeep het niet, dat Jeruzalem er om Gods

Maar wat had

r*

en dat het door zijn afgoderij vóór de ballingschap in tempel in te dragen, den Almachtige zoo schrikkelijk vertoornd had, en daarom toen zoo doodelijk was geslagen. En nog minder verstond Jeruzalem wat nu, op Grolgotha, stond te gebeuren, als de stad die God verkoren had, het vermetele bestaan zou, om Grods eigen lieven Zoon, om den Beloofde der vaderen, om Israëls Messias als Grodslasteraar aan het kruis te slaan. Die vrouwen, ze zagen het voor oogen, en toch zagen ze er niets van. Alle beteekenis van wat ze daar voor zich zagen, ontging haar. Het was een afgrond met bloemen overdekt, waarover ze heengolfden. En ze voelden niet, dat zij zelven meêmoordden, ook al was het dat ze weenden om Jezus, want dat indien zij, met al Jeruzalems vrouwen, recht hadden gestaan, en in Jezus Grods Grezalfde hadden erkend, met haar ook heur mannen en heur zonen Jezus zouden zijn te voet gevallen, en hem zouden hebben aangebeden als hun Heere en hun Grod. Ze stonden daar te weenen, maar in haar ongeloof. Zij zelven verwierpen den Grezalfde Grods. Ze miskenden Jezus, omdat ze hem niet kenden. En ze konden hem niet kennen met heur ongeloovig hart en verhard gemoed. Ze denken dat Cajaphas en dat Pilatus de wreeden zijn, en zij de meewarige en gevoelvolle vrouwen. En dat zijn ze niet. Zij zelven zijn de medeschuldigen. Die vrouwen zijn uit den volkshoop van Jeruzalem, en dat Jeruzalem verwerpt zijn Koning en zijn Heiland, en holt naar buiten, om ginds op Grolgotha te staren naar wil was, Grods

zijn kruis.

uw Heiland verzwaring van

zijn smart. kruisigen, en hij zal in het bangst gevoel van Grodverlatenheid stervend bezwijken, maar dan zal het niet uit zijn. Zijn kruis zal een nasleep hebben. Na het kruisjaar, komt eer het een halve eeuw verder is, het jaar der verwoesting van Jeruzalem, en dan zullen de phiolen van

Hier

Hem

is

voor

gaan

ze

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 126

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's