Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 232
meditatiën over het lijden en sterven onzes heeren
22i
„EX DE AARDE BEEFDE.'
gekomen, en van de ontzettende natuurteekenen, wederkomst begeleiden zullen.
is
die eens Jezus'
Als om der zonde wil de vloek over de aarde komt, wat is dit anders dan een meêtreuren van de natuur met den gevallen mensch, het afleggen van het paradijsgewaad, om in het rouwgewaad van den vloek de zonde van den mensch te beweenen. De zonde is toch ook geestelijk van aard; en ze kan niet in het vleesch schuilen, of hoe zou Satan anders, die geen vleesch heeft, zonde hebben kunnen, en voor ons de inblazer van alle zonde geworden zijn ? En toch, die geestelijke gebeurtenis van den zondeval, tast niet alleen ook 's menschen lichamelijke natuur aan, en brengt ons hier den tijdelij ken dood, maar dringt derwijs in heel de natuur in, dat heel haar gelaat verdonkerd wordt, en doornen en distelen liet teeken worden van haar nieuwe gedaante. En geheel datzelfde is u in de Heilige Schrift immers ook bij de toekomst van den Heere Christus voorzegd ? Dan niet alleen zielen die worden gezaligd, maar ook licliainen die opgewekt en verheerlijkt worden. JNIaar dit niet alleen. Duidelijk zegt de Openbaring u, dat er ook teekenen en ontzettende gebeurtenissen zullen zijn in zon en maan en stai'ren, in de zeeën en de rivieren der aarde. Ja, ten slotte dat heel deze aardsche natuur in één ontzettenden wereldbrand zal opgaan, om uit dien wereldbrand een nieuwe aarde, een verheerlijkte natuur, een natuur heerlijker dan eens het Paradijs was, te doen voortkomen. En zeg nu niet, dat de natuur dit alles wel ondergaat, maar dat er toch in die natuur zelve geen meeleven is. Of zegt dan niet de apostel Paulus ons, dat „de natuur met opgeheven hoofde zucht, wachtende op de openbaring der kinderen Grods ? Want dat de natuur aan den vloek onderworpen is, niet gewillig, maar door diens wil, die haar aan den vloek onderworpen heeft, op hoop, dat ook deze natuur zelve zal vrijgemaakt worden van de dienstbaarheid der verderfenis, tot de vrijheid der heerli.jkheid der kinderen Gods. A¥ant, zoo besluit hij, wij weten, dat de c/eheple nnliivr ie zmnen zucht en ie zauien iii harennnood i.s toi nn ioe." En hoe zoudt ge dan zeggen, dat een natuur, die als de zonde komt het rouwfloers aantrekt, en nog steeds zuchtende wacht op de openbaring der heerlijkheid die komt. niet meê zou gebeefd hebben, toen het groote pleit ook over //aar toekomst beslist werd, en de jNIiddelaar, die tevens haar Schepper was, wegstierf in den dood aan het Ivruis.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's