Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 238
meditatiën over het lijden en sterven onzes heeren
gejuichs zou opgaan: Heden is in onze ooren en voor onze oogen deze Schrift vervuld geworden. Vandaar dat Jezus zelf, en de Evangelist en de Apostel, er ons zoo gedurig om strijd op wijzen, dat ook dit nog aan hem gedes
schieden moest, opdni de Sclirifi zon ,rerv}f7d irordcn. Ja, zoover strekt zich dit uit, dat de Evangelist als het toekomt aan het Volbracht dat van (xolgotha weerklonk, ook dit Volbracht als vervulling der jirofetie verstaat. In die Heilige Schriftuur, die Grods liefde aan Israc'l schonk, stond de Messias afgebeeld; afgebeeld in heilige symbolen; afgebeeld in een breede reeks van typen en gebeurtenissen afgebeeld in lyrischen zang en heilige profetie afgebeeld in zijn wezen, afgebeeld in zijn ambten, afgebeeld in het werk dat hij volbrengen, in de overwinning die hij behalen zou, maar afgebeeld ook in het lijden dat hem zou overkomen. Levensbeeld en Levens^jrogram beide lag in Mozes en de Profeten met zoo duidelijke trekken geteekend. En nu, nu die Eénige, dien GTod liefhad, gekomen was, en datzelfde eens geprofeteerde beeld in vleesch en bloed had vertoond, en dat ontzettende lijdensprogram ten einde toe vervuld had, nu vraagt hij. als met die Schrift in de hand, het aan zijn jongeren af, of het niet alzoo moest gebeuren, en of de Christus niet alle deze dinr/eii moest lijden, en alzoo in zijn heerlijkheid ingaan. ;
;
Maar
natuurlijk, dat is niet om die Schrift. niet zoo, dat het toevalligerwijs en ongelukkigerwijs in die Schrift nu eenmaal zoo stond, en dat, nu het er zoo stond, lielaas, geen ontkoming mogelijk was. Het is met de Schrift niet als met Pilatus' opschrift op het kruis, dat nu God zou uitroepen Wat geschreven staat, dat staat nu eenmaal geschreven, en daarom moet het zoo uitgevoerd. Het was niet als met der Meden en der Perzen wet, die men om de heiligheid der wet te verhoogen, nooit wijzigen wilde, alsof ook nu, om maar die Schrift hoog en heilig te houden, Jezus moest opgeofferd, opdat die .Schrift uit zou komen. AVie het zoo verstaat, voor dien is de Schrift een fetisch, en voor dien spreekt er geen woord des eeuwigen levens uit. Nooit, nooit mag het ons om die Schrift als Schrift zonder meer te doen zijn, maar altoos eeniglijk om die Schrift als Woord ran God. Grod, en niet om die Schrift, beweegt zich de historie van
Het was
:
Om
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's