De overheid - pagina 12
LOCUS DE Maqistratu.
vin
het laatste de
Bij
III.
menschen geen instrumenten, maar organen.
verantwoordelijkheid aan Zij erlangen dan, zij 't ook onder 170 ius discretionis. het ordinantie, Zijne aan bondenheid
Deze
IV.
middellijke
uitoefening v. h. gezag draagt
God
en
168 ge-
in
twee vormen,
171
magistralis. nl. de patria potestas en de potestas De patria potestas A. In de schepping: duurzaam, organisch.
172
:
haar natuurl. begrenzing
Zonder zonde
i.
d. ontsluiting v. h. pers.
bewustzijn. 174
174 Uit de patria pot. vloeit voort de potestas patriarchalis, buiten zonde uitsluitend tot regeling van indifferente dingen. 175 Zoo bij normale ontwikkel, h. menschel. geslacht v. zelf ééne dynastie. Dit ten deele h. geval i. d. organ. staatsregeling v. Israël (vooral Levi) B.
175 176
;
volkomen deze dynastieke gedachte
De
V.
potestas magistralis
:
In
de
gr.
in het o-ci^a
comm.
:
177
rob Xpirrrsü.
tijdelijk,
mechanisch.
177
De pot. mag., uitsluitend doelende op de staatsrechterlijke gemeenschap heft de patria pot. niet op, maar is daarin gegrond. 178 179 Uit deze tweeheid de tegenstelling geboren tusschen magistrale souv. en „souv. in eigen kring" (In de H. S. op dit terrein altijd de varfernaam, niet het valsche begrip v. koning, enz.
180)
de botsing van deze beide: de constitutioneele staatsinstellingen. 180 Artikel 36 van de Confessie. De veruitwendiging v. h. gebod in de wet, enz. 181 Het begrip regeeren altijd gebonden aan het begrip wet. 182 uit
180
de gratia communis aan magistraatspersoon en onderdaan tevens alles ge182 v. d. pot. magistr. noodig is. Kenmerk v. alle pot. mag., dat er geen ander persoon als souverein boven staat. 183
In
geven, wat voor het bestaan
Deze
Suzereiniteit.
De
VI.
reëel, dan de souv. slechts
schijn (en
omgekeerd).
potestas Christi (gratia spec.) eene reëele pot. in de sfeer der kerk. 184
Èn Christus èn de magistraat èn de patres slechts organen, waardoor God zelf immanent Zijn eigen souverein, Goddelijk gezag uitoefent. 185 §
7. I.
De munere regio Christi. De algemeene quaestie
186
188
:
Er
tweeërlei regnum, het
is
door
d.
regnum
zijne oorspronkel. gaafh. hersteld en tot
ingeschoven
hierin II.
Loei classici. ziet
In
het
rijk
i.
d.
tijdel.
door gratia specialis het regnum oeconomicum of gratiae.
de Heil. Schrift
het A'o/jm^schap van Chr.
aan
schepping gegrond, opgehouden en, opdat het in zijne eindelijke voltooiing zou komen,
essentiale,
zonde gestoord, door gratia comm.
alleen op
189 h.
regnum
speciale, altijd
verbonden
van „Zion", niet voortvloeiende uit de essentia creationis, maar bij de constitutio Mediatoris, waarover Hij regeert met in-
Hem gegeven
wendige geestelijke macht (parallel
daarbij
in
Hij, als
met de patria potestas, zooals die essentialis buiten zonde zou gewerkt hebben); het regnum essentiale nog geen gezag, maar eene macht, waardoor
Hoofd van
Zijn volk, wereld en Satan
beheerscht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's