Het Calvinisme - pagina 143
HET CALVINISME EN DE KUNST
139
schenken van hooger genot, en zelfs van gewoon vermaak; en dat hij, wel verre van in haar slechts een nabootsing der natuur te zien, haar de roeping toeschreef, om ons een hoogere werkelijkheid te ontsluiten dan deze zondige en ingezonken wereld ons bood. Sprak ons hierin nu niets toe, dat de persoonlijke opvatting en smaak van Calvijn, zoo zou dit getuigenis nog geen waarde voor het Calvinisme als zoodanig hebben. Maar anders komt het natuurlijk te staan, zoo men er op let, hoe Calvijn zelf juist niet artistiek was aangelegd, en hoe aldus blijkt dat deze korte aesthetiek van Calvijn, als we ons zoo mogen uitdrukken, rechtstreeks voortvloeide uit zijn beginsel en in de Calvinistische levens- en wereldbeschou-
wing haar noodzakelijke valt
niet
moeilijk
aan
plaats vindt. te
Dat
dit
nu metterdaad zoo
toonen. Beginnen we,
terstond in het hart aan te vatten, met
Calvijns
om
is,
het vraagstuk
laatste
verklaring.
De kunst ons een hoogere werkelijkheid openbarend, dan deze ingezonken wereld ons biedt. Ook gij kent den strijd telkens opnieuw op kunstgebied uitgestreden, of de kunst enkel nabootsing der natuur moet
dan wel boven de natuur moet uitgaan. Druiven de vogelen door den schijn misleid er in pikken wilden, scheen voor de Socratische school der fxi}i7]mg of natuurnabootsing, het hoogste ideaal. Hierin nu lag deze, maar al te vaak door de idealisten vergeten waarheid, dat de vormen en verhoudingen die de natuur ons toont, de grondvormen en verhoudingen voor alle waarachtige realiteit zijn en blijven moeten, en dat een kunst die niet de natuur afziet en beluistert, maar willekeurig boven haar zweven wil, verloopt in spel der phantasie. Maar omgekeerd moet alle ideƫele kunstopvatting tegenover de bloot empirische in het gelijk worden gesteld, waar de empirische met het nadoen van de natuur haar taak als voltooid beschouwt. Dan toch begaat men op kunstgebied dezelfde fout, waaraan de man op wetenschappelijk gebied schuldig staat, die rust bij de waarneming, in zich opneming en geordende teruggeving van de feiten. En gelijk ware wetenschap uit de verschijnselen opklimt tot de in hen wonende orde, om met de kennis dier orde gewapend, edeler dieren, edeler bloemen, edeler vruchten te kweeken, die boven hetgeen de natuur van zelve voortbrengt, uitsteken, zoo ook is het de roeping der kunst, niet enkel om het zienbare en hoorbare waar te nemen, in zich op te nemen en weer te geven, maar veel meer om in die verschijnselen de orde van het schoon te ontdekken, en met die zoo
zijn,
juist geschilderd, dat
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's