De overheid - pagina 181
§ van
hoovaardij
De
6.
uitoefening van het souverein gezag.
163
usurpator, de andere bestaande in vleierij, lafheid, laag-
den
wegwerping van eigen persoon en karakter in hem, die den wierook voor den usurpator ontsteekt, gaan op allerlei gebied tegen Gods Woord in, naarheid,
volgens de Schrift de machtigste vorst der wereld als mensch volkomen
dien
met den eenvoudigsten bedelaar.
gelijkstaat
Wil
zeggen, dat door het Evangelie de gelijkheid van mensch met mensch
dit
gepredikt wordt ?
Neen,
zou geen prediking
dat
integendeel,
de instelling van onze geheele maatschappij
van de
eerste,
elkaar
tweede en derde Verder
gelijk.
temperament en aanleg, Het loopt
in
Dit
is
aan
Reformatie,
ze
hij
zijn,
alles
Het
ongelijkheid
is
gegeven
één
het
is
talent
te
vloeit
te
steun of
van
God om
God aan
dat volk
hetgeen
om
vrijmacht vindiceert
zijn
die van
God
omdat God absoluut vrijmachtig
zijn,
niets te is
en
is
God hem
Uit het
feit,
dat de
uit
over den kleine,
schonk, want de sterke
is tot
hulp en
Dit heeft met de beschikking over personen
niets uit te staan.
geeft alleen blijk daarvan, dat
maken met gezag.
de andere een dwergachtige gestalte
Oefent de groote gezag
de zwakke gegeven.
met overhoogheid
dan schenkt
scheppen.
geen gezag voort. hij
geheele
een gave van
Daarom moet een mensch,
tevreden
evenwel heeft mensch langer en grooter
dan misbruikt
zijn
taak, die
waardoor God
doen.
'Die ongelijkheid
heeft,
't
een bepaalden
in
ochenkt, zooals in ons land ten tijde
bekwamen voor de
juist,
te
ontving,
den mensch zoo of anders eene
aan
zijn
God
eene ongelijkheid, die de souvereiniteit niet wegneemt.
naar Zijn welbehagen
slechts
mannen
groote
en
verrijken
te
heeft opgelegd.
Zulke
veel
aard,
karakter,
staatslieden, redenaars, kunstenaars, musici enz.,
hun persoonlijk voordeel, maar ze
niet tot
volk
het
volk
een
van
de beteekenis, dat de verschillende gaven,
menschen gegeven en uitgestrooid
der
met
geen twee menschen aan
verschillend
menschelijke geslacht, en ten beste van dat geslacht. Als tijd
zijn
strijd
neiging, talent, gaven, herkomst en levenspositie.
zin,
alles uit elkander.
die onder de
dat zou in
de wereld bestaan er menschen
klasse, en zijn er
personen
alle
zijn
;
zijn,
Dat God
zijne
Gods overhoogheid ook
gaven ongelijk verdeelt, in
't
uitdeden daarvan
over onze personen beschikt.
Ons geldt,
eerste
uitgangspunt
zoo van
den
ligt
zonde ontvangen en geboren geen verschil. in
Het tweede uitgangspunt
Op
elk
hierin, dat
van
alle
menschen volkomen
ligt
zijn.
Die twee, naakt voor
God
gesteld,
zij
maken
theologisch.
worden richtingen en inzichten bepaald tot van een Eeuwig Wezen. Nu deelt zich de belijdenis van een
gebied
onze belijdenis
dus
machtigsten vorst als van den armsten bedelaar, dat
van
het
leven
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's