"Ons program" - pagina 272
PUBLIEKE EERBAARHEID.
256
En
tot die hoogst schadelijke onvastheid
we wel
zoo
dusver
zien,
verwisseling van h o n e s
t
inzicht en neiging heeft,
zoozeer bijgedragen, als de onnadenkende
niets
mores,
a s en
nu van
of
wat
wij
noemen
:
eerbaarheid
en zedelijkheid.
Zedelijkheid intentie;
het
in
toch
waarop de overheid blind
begrip
men
heeft
hart
het
dat
begrip,
is
en de
dan,
om
belangen
met het woord
klem
te redden, ijlings het
publieke zedeliikheid
bij
maar tegen
tegen zulk een omspringen met de teederste
;
maken
tegen zulk een van alles alles
;
de
politie niet zien kan.
zich uit dezen
alleen op deftige gedraging en fatsoenlijk voordoen gelet werd;
zulk een spelen
op
doelt
en u alzoo aanstonds op een terrein brengt,
ziel;
ontzield, en alsnu beweerd, dat
zedelijkheid
raakt;
verband staat met de innerlijke roerselen van
rechtstreeksch
verborgen leven der
En wel
een
is
komen we
;
zeer nadrukkelijk
in protest.
Daar
„zedelijkheid"
dusdoende went ge
en
voor;
woord
het
is
zij
Neen, wat ge u noemt, wees dat ook.
kunnen wezen,
met nederiger Iets
leg
dan
het ook niet de hoogste, gedachte.
Of, indien gij zelf erkent, het niet te
naam ook
een
én volk aan een zeer lage en
overheid
én
onware opvatting van deze hooge,
het begrip er van te heilig
goed;
te
af,
die niet
bij
u hoort, en neem
vrede.
titel
waar we nog
te
buien door dien valschen
sterker op aandringen, wijl de „overheid" dan
toch weer verleid wordt,
titel
om
bij
zich aan hoogst
bedenkelijke strooptochten buiten haar natuurlijk jachtgebied te wagen, terwijl
op het eigen jachtterrein zich het schadelijk wild vermenigvuldigt.
De zaak het
staat namelijk aldus, dat de overheid, als zoodanig, het instrument,
gave en dus ook de roeping mist,
talent, de
zedelijk of geestelijk
eigen
werk
of
van
het hart
goed tot in opvoeding
en
om
aan de landzaten een
te brengen.
volksusantie,
of
Dat toch
is
het
wel van den Heiligen
Geest, die zich daartoe hoofdzakelijk bedient van den dienst des
Woords en
dus der kerke.
§ 187.
Is
Op
zedelijken g-rondslag**
hiermee nu gezegd, dat dus de overheid aan den zedelijken welstand
der natie niets af of toe,
Keeds
daarom
onwillens,
tóch
veel
deze
sterker
zin
„dienaresse
niet
op
kan,
't zij
wijl
de
't zij
mag doen?
overheid
door
haar
wetten,
willens
de zedelijke volksontwikkeling invloed oefent.
nog,
daarom
Gods"
is,
niet,
om
Maar
of in
overmits het wel terdege roeping van door
de
tucht
der
wet de besti-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's