Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

"Ons program" - pagina 439

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

"Ons program" - pagina 439

2 minuten leestijd

423

IV.

VERTROUWEN, INSCHIKKELIJKHEID EN EERBESEF.

Geheel

dan de band, die kroost en ouders siiamverbindt,

anders

„man

de betrekking tusschen

De

drie groote zedelijke krachten, die uit de

aan den Staat ten goede komen,

inschikkelijkheid

zLjdsche

Niet

alsof

verhouding van deze beiden

zijn het onderling

vertrouwen,

de weder-

en het solidaire eerbesef.

wennen zouden, maar

voelens

weer

andere levensbetrekkingen de burgerij aan deze ge-

ook

niet

is

en vrouw".

zóó, dat toch door geen enkele betrekking

deze zedelijke neigingen zoo diep ingeprent worden, als door den normalen

omgang tusschen „man en vrouw"

men

Och,

spreekt

in

maken aan

dienstbaar

de

de opleiding tot

deugden". Alsof een deugd zich

gaan

den

echt.

liet

alle maatschappelijke en

Christelijke

aanpraten of voorzeggen of met school-

Neen, niet de school, maar God voedt

er indrijven.

en de school

op,

dat groote opvoedingswerk van den levenden God slechts een kleine

in

is

in

Schoolwet van zeker land van „het onderwijs

er op aangelegd

schakel,

aan het kind eigen schenkinderen

omvat,

en nog

Want hagen,

tot

de school beperkt, dat ze veeleer alles

zooveel door het

aan, het,

liet

werken,

ziel,

is

het Gods welbe-

saamleving der menschen kome en er een levenskring ge-

vormd worde, waarin een eerzame

zou

uit te

toch ook reeds in dit leven een zeker vernis van mensche-

er

lijkheid over de

niet

gezinsleven weet

op de schoolbank.

geheel afgezien van de zaliglieid der

zie,

dat

weinig

wel

als door het zitten

zekere bepaalde hebbelijkheden van orde enz.

maken. Maar Gods kunstige opvoeding van zijnmen-

te

zoo

is

om

Hij de

zooals

existentie mogelijk

is.

menschen maar huishouden naar eigen

Calvrjn

zoo

aandrift,

dan

volkomen naar waarheid heeft gezegd, „een

beestenboel" onder de menschen worden en alle eerbaarheid

En overmits

Deed God daar

dat nu niet zoo

mag, en het Gods believen

wèg is,

zijn.

die innerlijk

ontaarde en verbasterde menschen toch tot een ,,eenigszins menschelijke" maatschappij en die

,,

eerbaar saamleven in geordende staten" te brengen, moest Hij

menschen wel opvoeden,

d.w.z. hebbelijkheden,

inplanten, die ze van nature niet hebben en

gewoonten en neigingen

waar hun zondig hart zoo

lijn-

recht tegen indruischt.

Om

dat

doel

nu

te

bereiken,

gebruikt

God

als

instrument vooral het

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's

"Ons program" - pagina 439

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's