Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 160
meditatiën over het lijden en sterven onzes heeren
ook nog deze ontzettendheid. dat niemand den gruwel zag, en hij alleen, en hii ten volle. En het is die zielesmart die nitging, toen hij biddende tot zijn Grod uitriep „ Tader, ze weien niet waf ze doen.^^
lijden,
dan
hi],
:
Beduidt nu Jezus' gebed voor die zinneloozen om zijn kruis, hun onwetendheid hen verontschuldigde, en dat Jezus op dien grond bad, of deze zonde hun niet mocht worden toegerekend ? Yergete wie zoo oordeelen mocht, toch niet dat we op Golgotha staan, staan op heilig land, en dat het hem niet voegt die heilige plek te betreden, zoolang hij den schoenriem zijner geestelooze 02:)pervlakkigheid niet heeft ontbonden. Ot hoe? Het zou geen zonde zijn, omdat het in hun onwetendheid was gedaan ? En waartoe, zoo het geen zonde ware, dan dat gebed
dat
om
vergittenis'r
ge dan vergeten wat de Psalmist zong: „Heere, reinig mij ook van de verhorgen afdwalingen" r Vergeten wat Jezus betuigde, dat wie den wil zijns Heeren niet zal geweten, en toch iets kwaads zal gedaan hebben, noclitans met slagen zal geslagen worden r Vergeten ook wat de heilige apostel u toeroept: „Indien ook ons hart ons niet veroordeelt, Grod is meerder dan ons hart, en weet alle dingen" ? iSchuiï in de tente der wereld met zoo onzinnig oordeel weg, alsof ongeweten zonde f/een zonde zou zijn, maar kom er niet meê in de Tente des Heeren. Blijf met zoo zondig oordeel over de zonde althans af van het één en éénig Golgotha. Neen, of iets zonde is, het hangt niet aan uw weten, maar eeniglijk daaraan, of hei iecjen vw God inc/aat, en zij het al dat booze wil en bewustheid de schuld nog verergert, toch is en blijft altoos de eerste, de beheerscliende, de alle oordeel uitwijzende maatstaf, de graad van goddeloosheid waarmee uw woord of uw daad ingaat tegen het Heilige. Jezus' bidden: Vader, rerf/eef het hun, een gebed, dat evenals elk gebed van Jezus, zeer stellig verhoord is, kan dan ook geen anderen zin, en geen andere beteekenis hebben, dan dat aan dien Cajaphas, aan dien Herodes, aan dien Pilatus. aan die krijgsknechten, aan die priesters, aan de personen in dien wilden hoop om zijn kruis, niet persoonlijk dat aller vreeslij kste mocht worden toegerekend, dat in den moord, aan den Gezalfde Gods beZijt
gaan, inlag.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's