Het Calvinisme - pagina 85
HET CALVINISME EN DE STAATKUNDE
81
Thans kan en mag er geen wereldrijk meer hebben was de vermetelheid van Babels torenbouw. Zoo kwamen er volken en natiën. Die volken vormden Er is dus, staten. En over die staten stelde God Overheden aan. hiërarchie zijn.
verbreiden.
is
Dat tóch gewild
te
—
als ik mij uit het
mag
zoo
uitdrukken, geen natuurlijk hoofd dat organisch
volkslichaam
ontstanen misstand.
maar een mechanisch hoofd, dat Een redmiddel voor den
uitgegroeid,
is
van buiten op den volksromp
is
Een stok
opgezet.
bij
de plant aangebracht
om
haar
overeind te doen staan, daar ze anders, tengevolge van haar innerlijke
op den grond zou neerslaan. Het hoofdkenmerk nu van deze Overheid ligt in het recht over leven en dood. Ze draagt verzwakking,
volgens het apostolisch getuigenis het zwaard, en dat
als attribuut,
zwaard heeft drieërlei beduidenis. Het is het zwaard der gerechtigheid, om den misdadiger aan den lijve te straffen. Het is het zwaard van den oorlog om de eer en het recht en het belang van den Staat tegen den vijand te verweren. En het is het zwaard van de orde, om binnenslands gewelddadig verzet te keer te gaan. Luther en de overige reformatoren wezen er dan ook op, hoe de eigenlijke instelling en met volmacht bekleeding van de Overheid eerst na den zondvloed plaats greep, toen God het bevel liet uitgaan dat wie 's menschen bloed vergoot, dien gruwel met de doodstraf boeten zou. Het recht om iemand het leven te benemen, komt alleen toe aan Hem, die het leven geven kan, d. i. aan God, en dienvolgens bezit niemand op aarde hiertoe
wettige
macht,
God hem
tenzij
die verleend heeft.
Daarom
staat het Romeinsche recht, dat het jus vitce et necis aan den vader en aan den slavenhouder toevertrouwde, principieel veel lager dan Israëls recht, dat geen ander ontnemen van het leven kent dan door den magistraat of krachtens magistrale opdracht. In de justitie blijft dan ook onveranderlijk de hoogste taak der Overheid uitkomen, en voorts heeft zij zorg te dragen voor het volk als eenheid genomen,
deels binnenslands niet
verstoord
opdat
worde,
zijn
deels
eenheid steeds dieper doordringe en tegenover
nationale existentie geen schade
Resultaat
nu hiervan
is
dat
het
buitenland,
opdat de
lijde.
er
in
een volk eenerzijds
allerlei
organische levensuiting opwerkt uit de maatschappelijke kringen, en
hoog boven deze de mechanische eenheidsdrang der overheid Hieruit nu ontstaat alle wrijving en botsing. De overheid toch neigt er steeds toe, om met haar mechanisch gezag in dat zich
doet
gevoelen.
het maatschappelijk leven in te dringen, dit aan zich te onderwerpen, Calvinisme
6
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's