De overheid - pagina 443
§ bespotten,
te
De magistratu
12.
hoonen,
te
Eeuwige Wezen
en
sua
in
bevel aan Mozes, eerst speciaal
nigen,
en
t.
zelf
geen sprake van een algemeene zonde van afgoderij maar een zeer bepaald en eng omschreven misdrijf,
En dat
w. Godslastering.
van
te stee-
hier
is
godsdienst,
kon worden
dezen zoon van Selomith
aldus zou gelasterd hebben, zou sterven.
dus, er
ziet
valschen
om
generaal, dat een ieder, vreemdeling of inboorling, die den
voorts
naam JEHOVAH
Men
Naar aanleiding hiervan nu, gaf de
vloeken.
te
Heere
of
met dien hoogheiligen naam van het
eindigde
opzetteiiji<
425
in ecclesiam relatione.
waardoor men geacht
wel, niet van elk misdrijf,
iets Godslasterlijks
gesproken
hebben, maar zeer bepaaldelijk
te
het opzettelijk lasteren en vloeken van den Heere, hetwelk van het zich
vervloeken zeer
Godslastering
onderscheiden
te
sprake,
dan
is.
Ja nog sterker, er
is
van geen andere
van de zeer bepaalde opzettelijke
„lastering en
naam JEHOVAH."
vloeking van den
Zonder meer mist dus de eng omschreven
Van Velzen
heer
zonde bepaalde
straf
het
om
het recht
algemeen gebod
uit
de op deze
af te leiden tot
wering en uitroeiing van afgoderij en valschen godsdienst.
Het best knoopen we hier terstond de derde vraag voor mannen van het type-Servet geldt ?" aan vast.
Van Servet
niet
is
bekend,
althans
niet
in
„of dit doodsbevel
:
rechten bewezen, dat
schuldig gemaakt
had aan opzettelijke lastering van den naam
ook
opzettelijk
dat
niet,
eenige
hij
opzettelijke
lastering
Gods Wezen vervloekt in
den zin van Lev. 24
heeft
;
hij
ook zich
JEHOVAH
zelfs niet, dat hij
16 tegen den Heere
vs.
onzen God heeft uitgesproken. Er
kan
mag dus
noch
anders geoordeeld, dan dat mannen van het type-
Servet niet onder de bepaling van dit doodsbevel vallen.
Maar na deze beide voorloopige vragen, komen we nu Stel
gebod ware
het
al,
juist
tot
de eigenlijke vraag
:
van pas aangebracht, dan nog dient gevraagd
gebod nu nog ?" En dan zij het ons geoorloofd den Heer van Velzen, onzen geachten opponent, allereerst te verwijzen naar wat we lezen in Deut. 13 vs. 6 vv. en
en onderzocht
Deut. 17 vs. In Deut.
den
dood
maar
in
:
„Geldt
2.
13 vs. 6
— 10
zal gestraft
gebiedt de Heere namelijk, dat evenzoo zekerlijk met
worden
familieleven,
het
brengen van
dit
zijn
elke
pogingen
man zal
of
vrouw,
die,
hebben aangewend
geloof en over te halen tot het
openbaar,
niet in het
om iemand
meedoen aan den
af te
dienst van
afgoden.
Men
ziet,
schoond,
hem
hij
dat hier de uitdrukking zoo sterk mogelijk
Is.
moet sterven, de man, wien het aanging, moet
slaan, en
gansch
Israël
moet hem steenigen.
Hij zelf
mag
niet ver-
de hand aan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's