Het Calvinisme - pagina 72
HET CALVINISME EN DE STAATKUNDE
68
door de publieke opinie, maar dan toch in studie toegegeven. Maar voor het doel dat ik mij voorstelde, is de constateering van dit gewichtige feit niet genoeg. Om overtuiging te wekken, en om voor de toekomst den invloed van het Calvinisme op onze staatsrechtelijke ontwikkeling te verlevendigen, moet worden aangetoond aan welke politieke grondgedachten het Calvinisme ingang schonk, en op wat wijze deze politieke denkbeelden met den religieusen wortel van het
dan ook, nog wel
alle
niet
wetenschappelijke
Calvinisme samenhangen. Het grondbeginsel van het Calvinisme is de volstrekte souvereiniteit van den Drieëenigen God over alle geschapen leven, hetzij dit zienlijk of onzienlijk zij. Op aarde kent het derhalve geen andere dan de afgeleide souvereiniteit, en dat wel een drievoudige in den Staat, in de Maatschappij en in de Kerk. :
Vergunt
dan
mij
achtereenvolgens
stil
het
hier
te staan
vereischte bij
betoog
te
voeren,
door
deze drieëerlei afgeleide souvereini-
de souvereiniteit in den Staat, 2. de souvereiniteit in de kringen van het volksleven, en S*'. de souvereiniteit in Christus' Kerk feit,
1.
op aarde.
dan de souvereiniteit in dien politieken kring, dien men en dan moet toegegeven, dat de aandrift tot vorming van staten opkomt uit 's menschen sociale natuur, wat reeds Aristoteles noemde dat de mensch is een toiov noXimóv. God had de menschen ook als losse, naast elkander staande, elkaar niet rakende individuen kunnen scheppen. Gelijk Adam afzonderlijk geschapen werd, zoo had ook de tweede, de derde en voorts elke mensch uit eigen hoofde tot existentie kunnen geroepen zijn; maar zoo is het niet geschied. De mensch wordt uit den mensch geboren, en hangt krachtens die geboorte organisch met heel het geslacht saam. In wat millioenen ook gepulveriseerd, we vormen saam de ééne menschheid, niet alleen met wie we leven, maar met alle geslachten, die achter ons liggen of na ons zullen komen. Uit éénen bloede is heel ons menschelijk geslacht. Hiermee echter rijmt de Eerst
den Staat noemt
Staatsidee,
brokstukken
die
;
de
aarde
indeelt, niet.
en
elk werelddeel in
in
werelddeelen,
De
organische eenheid van ons geslacht
zou dan eerst ten volle uitkomen, wanneer één rijk heel de wereld omvatte, en in dat ééne wereldrijk heel de menschheid organisch saamleefde. Buiten de zonde zou dit dan ook geschied zijn. Indien
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's