Het Calvinisme - pagina 139
HET CALVINISME EN DE KUNST
135
de Byzantijnsche kunst geen uitdrukking van een religieuse maar van een majesteits-gedachte. De koepel symboliseert de wereldheerschappij, en, zij het ook in anderen zin, toch moet ook van de Renaissance beleden, dat ze niet op het heilig erf, maar in den kring van het staats- en burgerleven opkwam. Nu bespreek ik de Renaissance
derde deel mijner lezing nader, maar merk, met op-
het
in
Romeinschen
den
reeds hier op, dat een stijl, aan de Grieksche kunst ontleende, nauwelijks op zelfstandigheid van karakter aanspraak kan maken; en voorts dat de staatsidee in Rome derwijs met de religieuse zicht
die
tot
schier
zijn
al
kunststijl,
motieven
was samengegroeid, dat met name in den keizerstijd toen de Romeinsche kunst haar bloeitijdperk bereikte, en voor den Divus Augustus het offer werd geplengd. Staat en Religie te scheiden eenvoudig onhistorisch is. Doch ook afgezien van deze geschiedkundige uitkomst, mag idee
de Religie om zulk een eigen alomvattende zou kunnen opkomen. Voor het opkomen toch van
buiten
betwijfeld, of
ooit
kunststijl
wordt
zulk een
stijl
centraal
motief
in het ziels-
vereischt,
dat
en zinnenleven van een volk een
geheel
het
leven
van
binnen
uit
dientengevolge in de geheele kunstbelichaming van
beheerscht, en
centrum tot aan den buitensten omtrek doorwerkt. alsof een eigen A:«ns/wereld het voortbrengsel van eigen gedachte ware. Intellectueele kunst is geen kunst, en Hegels poging om de kunst uit de ideeën en gedachten te verklaren, ging dit geestelijke
Niet natuurlijk
tegen het wezen
der kunst
zelf
in.
Ons
intellectueel,
ons ethisch,
ons religieus en ons aesthetisch leven beschikken elk over een eigen
Deze sferen nu loopen evenwijdig en mogen daarom niet de de andere worden afgeleid. Het is éénzelfde beweging, éénzelfde drang, éénzelfde tinteling in den mystieken wortel van ons
sfeer.
ééne
uit
aanzijn,
zoekt.
die
in
Ook de
deze vierderlei vertakking openbaring naar buiten
kunst
is
niet
een zijtak aan een hoofdtak, die reeds
maar een eigen tak, die zelfstandig uit den stam van ons leven opkomt, ook al is ze het naast aan de Religie, veel nauwer dan aan ons denken of aan ons ethisch aanzijn, verwant. Vraagt men nu echter, hoe er op elk dezer vier terreinen eenheid van conceptie kan ontstaan, dan blijkt telkens weer, dat die eenheid in het eindige alleen op dat ééne punt te vinden is, waar ons leven uit de bron van het Oneindige opwelt. Geen eenheid in uw denken dan door een wel aaneengesloten wijsgeerig systeem, en geen systeem van
uitschoot,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's