Het Calvinisme - pagina 43
HET CALVINISME EN DE RELIGIE
39
de kleinen en onmachtigen, maar kwijnt in dagen van voorspoed, de weigestelden niet aantrekt, en door de hooger ontwikkelde geesten wordt losgelaten. Zoodra men zich en
verdrukten,
en
rustig
bloeit
welgesteld
den kosmos en werpt men de eigen
krukken
Een
beenen.
religie
en dank
der
zij
de wetenschap, zich door
weg en
religie
loopt onreligieus op
religie, die, zoodra het egoïstisch overbodig wegvalt. Aldus was het verloop
egoïstische als
is,
onder de naamde hoogere welgestelde klasse der maatschappij almeer geheel hetzelfde verhet Europeesche continent acht de moderne beschaafde niet-Christelijke volkeren, en
alle
bij
eeuw
herhaalt zich in onze
Christenen
ontwikkelde
Op
schijnsel.
voelt,
vernielende machten niet langer bedreigd weet,
zijn
belang voldaan der
bij
bij
klasse zich nu reeds aan alle religie ontgroeid.
Doch
juist
ontkent
niet
Het óók haar menschelijke en subjectieve zijde heeft, noch betwist het feit, dat het zoeken van hulp in nood, en van sterkte tegenover de natuurmacht, of van geesteshoogheid tegenover het zinlijke, de religie draagt en bevordert, maar het houdt staande, dat ge de orde der dingen omkeert, zoo ge hierin het wezen en het doel der religie zoekt. Dit alles zijn voor den daartegen staat nu het Calvinisme lijnrecht over.
de
dat
religie
Calvinist, ja, vruchten die er uit voortvloeien, en steunsels die haar stutten,
maar
de reden van haar bestaan. Alle
niet
een zegen voor den mensch bestaat
ze
schepping wil
om God. er
is
Niet
om Gods
maar ze bestaat
af,
God
is
wil.
er
om
religie
niet
werpt óók
om den
mensch,
schepping, maar de
zijn
Hij heeft alle
om
ding
zich zelfs
geschapen. Deswege schiep Hij zelfs eene religieuse expressie
in heel
aarde
de natuur, is
van
zijn
in
de piant, in het
naam over de gansche
aarde."
dier, in het kind.
„Hoe
heerlijkheid vol."
heerlijk,
„De hemelen
vertellen
„De gansche
o God,
Gods
is
uw
eer en
uitspansel zijner handen werk." „Uit den mond der kinderen en der zuigelingen hebt Gij U lof bereid." Vorst en hagel, sneeuw en damp, de afgronden en de stormwind, het moet alles God het
Maar gelijk heel de schepping culmineert in den mensch, kan ook de verheerlijking haar voleinding eerst vinden in den mensch, die naar Gods beeld geschapen is; niet omdat de mensch, loven.
die
zoekt,
maar omdat God
zelf
expressie door het semen religionis
')
Zaad der
religie.
de ^),
eenig
wezenlijke religieuse
alleen in het hart des
menschen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's