Het Calvinisme - pagina 25
HET CALVINISME
IN
DE HISTORIE
21
en zoowel het Paganisme als het Islamisme, zoowel het Romanisals het Modernisme, en zoo ook het Calvinisme, kozen hierin
me
hun primordiaal beginsel partij. Is volgens het Paganisin het creatuur, dan ligt in het hooge wat zich onder menschen vertoont. Goddelijke meerderheid, dan krijgt ge de halfkrachtens
me God
de aanbidding der heroën, en eindelijk het offer voor den Divus Augustus geplengd. Doch dan is ook het lagere, het o/zgoddelijke, en komt in Indië en Egypte de kasten-indeeling op, en overal elders de slavernij. De eene mensch wordt onder den anderen mensch gesteld. Onder den Islam, die zich zijn paradijs met hoeri's droomt, maakt de wellust zich van de heerschappij meester, en wordt de vrouw de slavin van den man, gelijk de Kafir de onderworpeling wordt van den Moslem. Het Romanisme, op Christelijken wortel stoelend, komt deze absolute onderscheiding te boven, en maakt ze relatief, maar om alle verhouding van mensch tot mensch hiërarchisch op te vatten. Een hiërarchie onder Gods engelen, een hiërarchie in Gods Kerk, een hiërarchie in het leven, en zoo een geheel aristocratische levensopvatting als belichaming van het ideaal. Eindelijk het Modernisme, dat alle verschil loochenend en wegcijferend, niet kan rusten eer het van de vrouw een man, van den goden,
man het
een leven
vrouw
heeft gemaakt, en, alle onderscheid nivelleerend, doodt door het onder den ban der eenvormigheid te
Voor allen één type, één gewaad, éénzelfde levenspositie en éénzelfde levensontwikkeling, en wat daar buiten en daar boven gaat, als kwetsend voor het gemeenschapsbesef afgewezen. En zoo leggen.
nu ook
heeft het Calvinisme uit zijn grondverhouding tegenover een eigen grondopvatting voor de verhouding tusschen mensch en mensch afgeleid, en het is die eenig juiste verhouding, die we sinds de 16e eeuw steeds zagen veld winnen. Plaatst het Calvinis-
God
me
ons menschelijk leven rechtstreeks voor God, dan volgt man of vrouw, arm of rijk, zwak of sterk, talentof arm aan talent, als Gods schepselen, en als verloren zon-
heel
hieruit, dat allen,
vol
daren,
volstrekt
tegenover
elkander
pretendeeren hebben, dat we voor God, en dus ook onder elkander, als mensch en volk gelijk staan, en dat er geen ander onderscheid tusschen menschen mag bestaan, dan voorzoover God aan den één gezag over den ander verleend heeft, of ook aan den één meer gaven niets,
niets
te
schonk opdat hij er de anderen, en in die anderen, zijn God meê zou dienen. Uit dien hoofde veroordeelt het Calvinisme niet alleen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's