Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De overheid - pagina 418

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De overheid - pagina 418

2 minuten leestijd

LÓCUS DE MAGISTRATU.

400

anders kon niet in vs. 22 staan Ziet, Ik maar de vorst van Israël zal mijne hand opheffen tot de Heidenen en tot de volken zal ik mijne banier opsteken dan zullen zij uwe zonen in de armen brengen en uwe dochters zullen Kerk,

;

:

;

Deze woorden kunnen

op den schouder gedragen worden.

De kerk

gezegd worden.

staat

immers

bestaat uit Israël en uit Heidenen samen.

In

de kerk

zonen en van dochters, maar van broeders en zusters entegen wel sprake

uit

zal

beweren,

moet.

voeten

van den wel

natuurlijk

wat aan de kerk ook

niet

in

aarde

ter

Het

gaat

niet

in

aan

om

te ignoreeren,

heeft,

was

nu

zij

er

voedsterheeren en zoogvrouwen

andere

om

tot

personen

zijn,

regeering,

een nieuwen toestand

maar,

worden

kracht, te

of

De ;

vorsten behoeven

maar wel moet de te

betreft, ze

nemen en beteekenen

loopen kan en voedsel

Het was een verzwakt volk

bestand en bestuur, het had hulp

geraken. Jesaja nu zegt, dat de Israëlieten slechts toege-

of dat

zij

zullen

worden bedeeld,

dat aan de vorsten van Israël de andere vorsten de hoogste eer zullen zijn.

Gelijk tegenwoordig aan het hof

machtig vorst ceremoniemeesters, dames du palais en een personeel

een

bestaat

om

voor den erfprins

houdingen geschiedt, en

niet

worden door de vorsten met gunst als met eene aalmoes

bewijzen, alsof ze een koninklijk geslacht

van

het

die diensten aan het kind bewijzen.

daarin niet bemoeielijkt zullen laten zullen

is,

de ballingschap weggeslagen.

in

is

De Gere-

konden toepassen op

dit niet

alleen de eerste woorden van dit vers want dan loochent men het verband.

geworden zonder eigen noodig

inzien, dat

een moment, waarop het kindeke klein

noodig Israël

zich op zulke plaatsen beroept.

voor den vorst van het land.

Wat nu de woorden dat

op hiërarchisch standpunt

buigen voor de predikanten

te

voeten lekke. Welke

dat de koningen der aarde de

zegt,

en

haar representatieven vorm toekomt.

geestelijke zich buigen

de andere

men

hadden beter moeten

formeerden

zich

hiërarchie

Paus moeten kussen,

te verklaren, dat

stof harer

burgemeester der stad het stof zijner voeten

de

dat

De Roomsche

lekken

een volk kan daar-

bij

:

zij

ook nooit sprake van

is

23 hebben niets gemeen met eene verplichting

vs.

van de Overheid tegenover de kerk, dat ze het predikant

Israël

van zonen en dochteren.

zijn

Deze woorden

20.

van

alleen

tegenover de Heiden, maar

niet

meest aanzienlijke

dezelfde koninklijk

koningen

eerbied

aan

geslacht

terwijl

te

personen het

was,

zorgen, zooals vooral in de Oostersche hof-

daarvoor geen gemeene lieden, maar de hoogste

worden genomen, zoo ook

staat hier, dat

volk van Israël zal worden betoond, alsof het een

en

dat

het

niet

door gemeene

lieden,

maar door

en vorstinnen als door voedsterheeren en zoogvrouwen zal worden

geholpen en gesteund.

Wil men deze uitspraak op de kerk toepassen, dan zou men

dit

kunnen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's

De overheid - pagina 418

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's