De engelen Gods - pagina 233
KARAKTER VAN SATAN
opdat ze van de kudde niet afzwerven.
te bijten,
God
het feitelijke, doet Satan niets of
bestaat,
doet het door hem.
ook
van God verkeert en
Satan
voor een kind van God zijn zaligheid, een
is
een
snoer
elk
zondaar
oraknelt,
waarin
nu,
afhankelijkheid
Niet natuurlijk wat
maar wel voor zooveel aangaat
de intentie, bedoeling' en toeleg betreft,
Deze
229
VAL.
S
in
band
die
is
een
als
der
koorde,
hem
afhankelijkheid als een tomc dat
band
ijzeren
lieflijke
maar voor Satan en voor
plaatsen gevallen;
lieflelijke
of keten, waarin
geklonken
hij
ligt.
Vandaar dat de machtigen onder de zondaren in Psalm 2 uitroepen: »Laat ons zijn banden verbreken en zijn touwen van ons werpen". Vandaar ook dat de Fransche revolutie in haar diepste kern niet anders
dan
geweest,
is
pogen der vertwijfeling,
een
van Gods heilige ordinantiën dat voor Satan deze band
te
nóg ondraaglijker
als een ijzeren keten
aandoet, die
Als er dan ook staat
in
hun
uitgangspunt
Judas
is,
God,
6,
hem
en
hem benauwt,
vs.
om
de banden
Maar vandaar dan ook,
verscheuren.
als een keten,
drukt, knelt en kwelt.
dat »de engelen die
hun
beginsel,
bewaard hebben, met eemoige handen onder de duisternis bewaard worden; of in 2 Petr. 2:4, »dat d.
i.
ze aan de ketenen
den
in
de7'
duisteryiis zijn
strengsten
voor
hem
ondraaglijke
een
omknelt.
of keten Gods kind in hand.
Satan
ligt hierin feitelijk
Aldoor wordt
God
die voor de goede engelen een lust
last
is
geworden, en
hem
is,
als een ijzeren
Diezelfde band der afhankelijkheid die voor
het vroolijk en vriendelijk licht schittert, knarst voor boei en keten in de diepe schemering der duisternis.
een
als
overgegeven",
band van afhankelijkheid werd gehouden, en dat
band der afhankelijkheid,
die
niet
uitgesproken, dan dat Satan, ook na zijn val, door
anders
niet
uit
hij
oordeels bewaard.
»m de Want
ketenen der diusternis'' voor den
natuurlijk
bij
dag des grooten
Satan, die geen lichaam bezit,
kan van geen uitwendige keten sprake zijn. De keten, waaraan Satan vastligt, moet geestelijk van aard zijn, en bestat^t feitelijk in niets dan
anders
Gods, die
En nu
in zijn volstrekte
hij
gebondenheid aan diezelfde ordinantiën
vermetel en in arren moede verwierp.
nog een kort woord over de engelen die door Satan in zijn val werden meegesleept. Over de onderscheiden werkzaamheid dezer demonen en duivelen handelen we later. Hier komt alleen hun afval
de
in
ten slotte
verband
Schrift
wien de
met Satans
eenerzijds
zonde
afval ter sprake.
dat er een Satan
is
oorsprong nam, en anderzijds dat er naast en onder
Satan noo- heel een heirschare van booze o-eesten hij
zijn
Duidelijk toch leert
die principieel viel, en in
geworden, en die toch niet met
hem
is,
op één
die duivelsch als lijn
staan.
Onze
Gereformeerde vaderen hebben zich het inzicht in deze zaak eenigszins
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's