Het Calvinisme - pagina 26
HET CALVINISME
22
IN
DE HISTORIE
en kasten-indeeling, maar even beslist alle bedekte van de vrouw of van den arme is het gekant tegen alle hiërarchie onder menschen en duldt het geen andere aristocratie, dan zulk eene die persoonlijk, of als geslacht, een meerderheid in karakter of talent bij de gratie Gods kan toonen, en toont dit meerdere niet voor zich of voor eigen hoogheid te willen rooven, maar het voor God in zijn wereld te willen besteden. Daarom moest het slavernij
alle
slavernij
;
;
Calvinisme consequent in de democratische opvatting van het leven
moest het de vrijheid der volken uitvan overheidswege en in het maatschappelijk leven, al wie mensch was, alleen omdat hij mensch was, d.i. als schepsel naar den beelde Gods geschapen, zou worden geëerd, geteld en gerekend. Geen uitvloeisel van benijding sprak hierin. Het was niet de lager geplaatste die den hooger staande naar beneden trok, om zichzelven naar boven te duwen, maar een nederknielen van allen saam op de voetbank der voeten van den Heilige Israëls. Van daar dat het tot geen plotselinge breuke met het verleden kwam. Gelijk het Christendom bij zijn opkomst de slavernij niet wegbrak, maar ondermijnde door een zedelijk oordeel, zoo ook liet het Calvinisme aanvankelijk de hiërarchisch-aristocratische toestanden, die uit de uitdrukking
zijn
roepen;
en
vinden
kon het
;
niet rusten eer
Middeleeuwen waren overgeleverd, voortbestaan. Oranje was, omdat niet gewantrouwd maar te hij prins van vorstelijken huize was, hooger geëerd Maar innerlijk heeft het Calvinisme de structuur der maatschappij omgebouwd, en niet door staatsbenijding of door te azen op het bezit van den rijke, maar door ernstiger levensopvat!
ting,
deger arbeidzaamheid en hooger karakterontwikkeling heeft de
burgerstand
den adel
en
de
werkman den gegoeden
poorter tot
jaloerschheid verwekt. Eerst op God, en eerst daarna op den naaste
was de
de stemming, de geestelijke usantie, waaringang schonk, en het is uit dit vromelijk eeren van de vreeze Gods, en het saam voor God gaan staan, dat een heiliger democratische zin zich ontwikkelde, veld won, en ten
te zien,
aan
het
aandrift,
Calvinisme
de overhand behield. Een resultaat, dat door niets zoozeer door gemeenschap in het lijden bevorderd werd. Toen de graven
slotte als
van Egmond en Hoorne, hoezeer nog vasthoudend aan het Roomsche geloof, hetzelfde schavot hadden beklommen, waarop om edeler geloof de handwerksman en de man van het weefgetouw onthalsd was, werd in dien bitteren dood der standen zoen ge-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's