De engelen Gods - pagina 39
ENGELENVERSCHIJNING GEBONDEN AAN DE BIJZONDERE OPENBARING.
moeten
waarneming waarvan
een
afgaan,
35
alleen de Heilige Schrift
ons het verhaal biedt.
Wel zou men allerlei
ons kunnen tegenwerpen, dat toch ook uit de Heiden wereld
geruchten en sagen omtrent de verschijning van bovenaardsche
gekomen, en dat bijna uit alle oorden der wereld overkwam omtrent de inwerking op 's menschen persoon en levenslot van hoogere wezens maar daaruit mag nog geenszins afgeleid, dat daarom deze traditie een bron van kennis voor de wereld der Engelen ontsluit. Op zich zelf toch is het volkomen wezens een
tot ons zijn
traditie
tot ons
;
natuurlijk, dat de heugenis van Engelenverschijningen uit het Paradijs
en
uit
Noachs gezin oorspronkelijk het eigendom van
volkeren spoedig
alle natiën
en
terwijl de geestelijke ontreddering en de vreeze die al
v^^as,
volken op hun doolpaden aangreep, in verband met deze
de
heugenis, en onder den invloed van een onthutste verbeelding, geheel
trouw
goeder
te
geruchten van geestverschijningen kan In zooverre erkennen we dan ook gaarne, dat er wel
geleid hebben.
terdege
tot allerlei
deze
in
traditie
der volken een kern van waarheid schuilt.
Slechts betwisten we, dat deze traditie ons iets zekers en steekhoudends
omtrent de wereld der Engelen zou kunnen leeren. blijven
wordt
we
uitsluitend
altoos
gebracht
door
de
aangewezen op
Heilige
Schrift.
Voor
Avat ter
Zij,
en
zij
die kennis
onze kennisse alleen, is hier
vooral de eenige en uitsluitende bron onzer kennis.
Vraagt
men nu
of de mededeelingen over de Engelenwereld over
heel de Schrift gelijkmatig verspreid liggen, dan springt het terstond in
het
Heilige
dan
oog,
weer
gerept
dat
integendeel
de
Schrift
langere
wordt;
ééne
perioden
verband
in
het optreden
maal
van
de
Engelen
sterk en overv/eldigend
volgen,
is,
in
de
en dat er
w^aarin bijna van geen Engelen
waarmee tevens mag 'worden opgemerkt,
dat in het ééne boek der Heilige Schrift zeer veel, en in het andere bijna niet van
Engelen gesproken en gehandeld wordt. In geen geBijbel wordt zoo telkens en telkens weer van de Engelen gewag gemaakt als in het boek der Openbaringen van Johannes, terwijl omgekeerd in het boek der Spreuken ganschelijk niet van Engelen gesproken wordt. Zelfs onder de vijf boeken van Mozes valt schrift
het
van
den
op
verschil
te
merken, dat de Engelen veel in Genesis, slechts
een enkel maal in Exodus en Numeri, en ganschelijk niet in Leviticus
en Deuteronomium vermeld staan.
Men mag
het zich dus niet voor-
Engelen heel de Schrift door, van het Paradijs tot op den dood der heilige apostelen op even machtige en indrukwekkende Avijze optreden. Veeleer omgekeerd dient erkend, dat de Engelen stellen,
een
alsof
breede
de
plaats
in het leven der
Openbaring innemen, waar deze 3*
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's