Het Calvinisme - pagina 64
HET CALVINISME EN DE RELIGIE
60
Maar
toevloeien.
staatkundig
leven
den Calvinist als
toog
den geloovige
dit heeft het, dat het
maar ook
zijn kerk,
voor het aangezichte Gods
stelt.
in heel zijn menschelijk bestaan.
hem
een wereld door die
hij
niet alleen in
in zijn persoonlijk, huiselijk, maatschappelijk
God
en imponeert
Hij is pelgrim, niet
niet aanging,
maar pelgrim
dat hij op elk punt van den langen weg te rekenen met dien God vol majesteit, die hem aan het einde van den weg opwacht. Voor de poorte die hem den ingang in de eeuwigheid in dien zin,
heeft
ontsluit, ligt het laatste oordeel,
en dat oordeel is een breede, over de lange pelgrimsweg, naar den
alles zich uitstrekkende toetsing, of
van Gods ordinantiën, en met een hart dat
eisch
God
zoekt,
is
afgeloopen.
Wat nu
is
voor den Calvinist het geloof in die ordinantiën Gods ?
Niets anders dan de onwrikbaar in het hart gefundeerde overtuiging, dat alle leven eerst door
God
uitgedacht, en eerst daarna door
verwezenlijkt is, en dat deswege God voor dat leven bestelde wet natuur,
of
in
dat
noemt, een woord natuur,
ligt.
ordeningen, die
leven
we aannemen,
dat
God
geschapen leven een van Geen leven buiten u in de
in alle
men
thans natuurwetten
mits er niet wetten van de
maar wetten voor de natuur onder verstaan worden. Evenzoo
ordeningen des hemels voor het firmament daar boven, en ordeningen der aarde beneden, waardoor die aarde staan blijft, omdat, gelijk de Psalmist zegt, die ordeningen Gods knechten zijn. Alzoo dus ook ordeningen Gods voor mijn lichaam, voor het bloed dat door mijn En zoo voort-
aderen stroomt en voor de ademhaling der longen. gaande, ordeningen
Gods
in mijn
Gods voor
mijn denken in de logica, ordeningen
verbeeldingsleven
op
Gods voor
ordeningen, ordinantiën
sesthetisch terrein, en alle
zoo ook
menschelijk leven op zedelijk
gebied. Niet enkele summiere, algemeene geboden, die het concrete
telkens
aan mijzelven
ter
ordinantie evengoed den
der machtigste
beslissing
overlaten,
maar
gelijk
Gods
loop der kleinste asteroïde als den stand
zonnen beheerscht, zoo ook Gods ordinantiën op
zedelijk terrein tot
aanzeggend hoe
in het kleinste
God
het
wil.
en bijzonderste afdalend, en mij die ordinantiën Gods in de
En
machtigste vraagstukken en in de schijnbaar nietigste levensuitingen
op
mij
aandringend,
niet
als
artikelen
van een wetboek, niet als een codificatie van het
ik uit een boek ook maar één oogenblik buiten God autoriteit en vastigheid zou bezitten, maar als de constante wil van den alomtegenwoordigen
regelen, die leven, die
lees, niet als
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's