Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 209

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 209

meditatiën over het lijden en sterven onzes heeren

3 minuten leestijd

En

zoo nu is het ook met den zondaar. Hij werd middenin de zonde gezet, en nu begint de zonde hem te assimileeren, aan zich gelijk te maken en om te zetten in haar eigen aard. Dat gaat zeer langzaam. AVant zoolang de mensch nog overblijft worstelt hij nog tegen. De zondaar is nog geen zonde, maar is een mensch die door de zonde overvleugeld, naar haar toegetrokken en in haar schrikkelijken aard omgezet en verstijfd wordt. En dan als eindelijk dat lange proces ware afgeloopen, dan zou de mensch vernietigd zijn, en er niets dan een klomp zonde, één massa zonde, van wat eens de mensch was, overblijven.

En

dat nu „Zondartr'

Jezus gemaakt voor u. Jezus nooit geweest. Dat kon hij niet zijn. Om zondaar te wezen zou hij de zonde in het heiligdom van zijn persoonlijk bestaan hebben moeten inlaten, en dat deed Jezus >ioo/f en kon hij niet doen. Dan toch hadde hij opgehouden God te zijn, en Grod, de apostel leert het ons zoo met nadruk, kan zichzelven niet verloochenen. Maar hij die nooit zondaar kon zijn, is voor zondaren zelf tot ~onde gemaakt. Hij is met zijn ziele verzonken in dat iiiterste en bangste, waarin we aflaten van eigen weerstand, en ons bij levende ziele laten verslinden door de zonde, tot er eindelijk niets dieper noch ontzettender noch gruwelijker in de helsclie diepte der zonde overbleef. En dat gansche zondige wezen heeft hij niet afgestooten, maar in zich opgenomen, er zich onder gesteld, het gedragen tot er eindelijk niet één zondaar zoo diep gezonken, zoo ver afgedoold en zoo ganschelijk verloren kon zijn, of Jezus was er zeker van, dat ook diens zonde begrepen was in de zonde die hij om onzentis

is

:

wil droeg.

En

toen hij die zonde alzoo in haar uiterste diepte indrong, dat metterdaad vlak bij Satan uitkwam en alsnu van God geheel verlaten was, toen bleef hij toch aldoor juist daarin de Heilige Gods, dat hij tot op het uiterste toe enkel uit gehoorzaamheid aan den Vader en uit liefde tot zijn verkoreïien zich aldus in het ontzettende wezen der zonde liet inwikkelen. Wel verre dus van ooit zondaar geweest te zijn, bleek hij juist daarin het meest de Heilige te wezen, dat hij geheel tot zonde zich maken liet. Maar juist daarom is er dan ook geen schijn, neen, niets dan volle oprechtheid in Jezus, als hij zonde gemaakt is. Hij moest die diepte der zonde in, niet om haar te genieten. hij

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 209

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's